Dag Een: Concert Marcin Dylla
Na een lekker bordje eten thuis, keerde ik ruim voor achten terug: als je in de buurt een parkeerplek wilt hebben, moet je op tijd zijn, zeker nu de Gemeente Enschede een belangrijk deel van de bestaande parkeergelegenheid laat volbouwen met het Muziekkwartier, een uiterst geldverslindend project als je de media mag geloven.
Het avondconcert was voor de Poolse gitarist Marcin Dylla, een echte runner-up in de gitaarwereld met heel wat concerten en concoursen op zijn naam. De website van Marcin Dylla geeft meer informatie over hem.
Hij begon lekker klassiek met de Grande Sonate van Fernando Sor. Een werk met een toendertijd beladen politieke betekenis omdat hij het opdroeg aan de controversiële politicus Manuel Godoy, die zeer Fransgezind was en zijn uiterste best deed om de toenmalige koning van Spanje in het kamp van Napoleon te drijven. Godoy maakte deel uit van een partij die Sor zelf ook min of meer gekozen had. De Spanjaarden namen Sor zijn Franse sympathieën nogal kwalijk, zodat hij op gegeven moment naar Parijs vluchtte om daar definitief zijn naam als gitarist en componist te vestigen.
Marcin Dylla speelde het stuk vrolijk en virtuoos. Het viel me op wat een heerlijk rustpunt het menuet was na de complexiteit van de eerste twee delen van de sonate. Alleen bij het trio raakte ik even verrast, want Dylla speelde dat op een werkelijk virtuoos tempo door.
Zijn tweede stuk werd Sonate Op. 47 van Alberto Ginastera, een nogal indringend modern stuk, waarvoor ik heel wat concentratie nodig had om bij de les te blijven. Zie de column over moderne muziek in de Gitariteiten op deze site voor verder commentaar, dan herhaal ik het hier niet.
Na de pauze kwam een primeur, een try-out van een tot dusver onbekende Toccata van Joaquin Rodrigo. Het stuk was ergens in een archief teruggevonden en de Rodrigo Foundation had Marcin Dylla gevraagd het stuk in Madrid te komen spelen als wereldpremiére.
Het was een technisch geavanceerd werk, maar het specifieke Rodrigo-esque miste ik er een beetje in.
Marcin Dylla sloot zijn programma af met een Sonate van Antonio José, wederom een modern stuk. Op de uitvoering van het stuk was niets aan te merken, maar mijn hoofd zat te vol van de complexe structuren van Ginastera’s stuk om nog iets van José mee te krijgen, laat staan te waarderen. Sorry, mijn beperking.. Ik zat gewoon in de overload.
Ook bij Marcin Dylla vond ik de afwerking en precisie fenomenaal. Als je die klank afzet tegen de gitaaropnamen van spelers van vroegere tijden met hier en daar flink gekners en gekraak van positiewisselingen, dan is er in dat opzicht heel wat verbeterd in de speeltechniek.