Dag Twee: Voorrondes Scharpach Concours Cat. 1
Twintig kandidaten hadden zich dit jaar aangemeld voor het Scharpach Concours voor de studenten en professionals. Uiteindelijk betraden 19 spelers het tournooiveld.
De uitgebreide jury (zeker zeven leden, als ik goed geteld heb) zat al vroeg in de zaal. Inspectie van het programmaboekje leerde, dat er nog een aantal extra juryleden zijn, de equipe is per categorie van het concours verschillend.
Het publiek liet wat langer op zich wachten, maar druppelde toch op tijd binnen. Ik stelde vast dat veel mensen toch een alleraardigst uitschakelmelodietje op hun mobieltje hadden zitten. De mensen weten blijkbaar wel hoe het hoort op een concert! Alhoewel... sommigen ook niet. Maar ja, je vergeet ook weleens wat in je enthousiasme.
Wegens een interne verbouwing van het Artez Conservatorium was de locatie van het concours de Balletzaal. Zo op het eerste gezicht niks mis mee. Totdat je de spiegels aan de muur in de gaten kreeg. Op deze wijze kreeg je door louter bespiegeling al een heel ander en divers uitzicht op speler, jury en publiek. Wel, konden we ook de jury eens van voren zien tijdens hun inspannende werk. Enkele opmerkingen uit het publiek duidden er wel op, dat menigeen zich een beetje bekeken voelde.. Gelukkig lieten de kandidaten zich niet afleiden.
Ik had dit concours alle gelegenheid om eens een blik te slaan op de gitaren van alle kandidaten. Aan verschillende instrumenten kon je zien, dat ze al heel wat hadden meegemaakt, met een doorleefd uiterlijk en de nodige krassen op de plek waar de rechterhand flink moest werken. Zo heeft iedere gitaar zijn eigen verhaal en sporen van het leven.
Erdogan Aktas Fatih had de eer om de spits af te bijten. Hij begon met iets niet nader aangekondigd barok-achtigs (het leek wel Bach) en sloot af met Danza Caracteristica van Brouwer. Hij voerde het uit met een scherp contrast tussen het snelle en langzame deel.
Oman Kaminsky uit Mexico gaf het goede voorbeeld met een aankondiging. Hij bond daarop de strijd (gezien zijn gezichtsuitdrukking) aan met Theme Varie et Finale van Manuel Ponce. Hij begon met warme klanken eerst wat timide, maar won daarna aan zeggingskracht met duidelijk spel en een mooie afwerking.
De Koreaanse Bo-Ye Hwang speelde een klassieker, Variations sur Les Folies d' Espagne van Mauro Giuliani, een thema dat reeds in de Barok in vele versie bekend was. Het mooie van een goed uitgevoerd thema en variaties is, dat je een goede indruk kunt geven van je vaardigheden met verschillende technieken en muzikale ideen. Giuliani bood de kans voor show en lyriek en die greep Bo-Ye Hwang bekwaam aan.
Svanur Villbergson speelde een deel uit de uitdaging van vorig jaar, de Sonata van Antonio Jose. Wat razend moeilijk is in dit uitgebreide werk, is het vasthouden van de muzikale lijn over een langere tijd. Het is een hele uitdaging om de ogenschijnlijk losse gedeeltes toch samen te smeden tot een coherent geheel. Villbergson had in een aantal delen een hele mooie vertolking, maar bracht de grote lijn wat minder goed naar voren.
Jona Kesteleyn, net zoals Bo-Ye Hwang een bekende van vorig jaar, deed een gooi naar de prijzen met Ritmata van Edino Krieger. Een behoorlijk hedendaags stuk met ook hier alle mogelijkheid om technische en muzikale vaardigheid te tonen. Hij speelde virtuoos en beheerst, wat vooral in zijn accelerando en decellerando tot uiting kwam.
Michaela Kalter speelde het laatste stuk voor de pauze, de Sevilliana van Joaquin Turina. Een bekend stuk met duidelijk Spaanse effecten zoals rasguado's, die zij met souplesse uitvoerde. Het was jammer dat soms de haast in de al vreselijk snelle loopjes sloop.
Na de pauze verscheen een oude bekende van vorig jaar, nog steeds in een mooie outfit die je voor het optreden eerst goed moet plooien: Sabrina Vlascalic! Zij had twee delen uit de Sonata Giocosa van Joaquin Rodrigo op het programma staan. Een ding was duidelijk, ze is in het afgelopen jaar enorm gegroeid. Niet alleen stopte ze nu alle passie in de muziek en besteedde duidelijk minder effort aan de uiterlijke schijn, maar het overtuigde gewoon wat ze speelde. Zeker in het laatste Allegro! Kanshebber!
Jan Sanen zagen we ook vorig jaar op het festival. Hij bracht dit maal een virtuoos stuk: Whirler of the Dance van Carlos Rafael Rivera. In het driedelige stuk toonde hij een stuk swingende virtuositeit en speelde de complexe patronen alsof hij er totaal geen moeite mee had. Uiteraard weten de ingewijden beter.
De volgende kandidaat was een nieuw gezicht op het concours: Ivan Petricevic. Hij speelde een klassiek stuk -Capriche nr 7 van Luigi Legnani- en twee moderne stukken van Dusan Bogdanovic, Hommage a Mompou en een deel uit Sonate nr 2. Hij speelde alles technisch goed en met een mooie klank, dus ik dacht direct dat hij een kanshebber zou zijn. Later bleek dat ik een keertje gelijk kreeg!
Catharina Struys was een bekende van vorig jaar. Zij toonde haar vaardigheid met twee delen uit de Sonatina van Jorge Morel. Ik was onder de indruk van hoe ze de muziek in het langzame deel liet ademen.
Marcus de Jong trad aan met een arrangement van Prelude en Choral uit de Suite Compostelana van Federico Mompou. Hij bracht de sacrale sfeer rond een bedevaart naar Santiago de Compostela door zijn tedere ingetogen interpretatie goed naar voren, het publiek bleef dan ook even stil na het vervliegen van de laatste tonen.
Het was nu de beurt aan Erik Pronk, die Preludio, Allegro Burlesco en Andantino, de drie delen uit Suite Nr. 2 van Leo Brouwer speelde, een mooie suite waarin Brouwer meer melodieus dan avant-gardistisch componeert. Pronk bracht de muziek mooi naar buiten, ondanks een kort moment van hoogtevrees in het Allegro.
Jacek Siemiatowski bracht als enige een tremolostuk, Campanas del Alba van Eduardo Sainz de la Maza. Zijn tremolo was mooi regelmatig en volgde gelijkmatig zijn versnellingen en vertragingen.
De Canadese -van origine Roemeense- Floria Nica herinnerde ik me nog van haar sfeertekeningen van vorig jaar. Ze begon met iets fellers, de Vrajonko van Dusan Bogdanovic. Daarna kwamen de pasteltinten met hier en daar een emotionele uitbarsting van All in Twilight van Tore Takemitsu. Het klopje op de gitaar bracht een functionele spanning in het stuk.
Gabor Toth bleek nadat hij zich had opgesteld de enige zichtbaar linkshandige gitarist te zijn in het gezelschap. Caprico Arabe van Francisco Tarrega passeerde de revue. Het was leuk om dit bekende stuk weer eens te horen, ook al speelde de gitarist het soms iets te Mediterraan, in de zin van laissez faire.
Katharina Godolt bracht het Allegro Moderato uit de derde sonate van Manuel Ponce. Ze speelde het stuk verdienstelijk, maar het bleek een uitdaging om het grote verband vast te houden.
Shawn Pickup trad op met het huzarenstukje Passacaglia uit de Tres Piezas Espanolas van Joaquin Rodrigo. Het stuk begint simpel met een bas thema, en gaandeweg ontspinnen zich de meest complexe thema's terwijl dat basis basthema absoluut duidelijk moet blijven. Hij begon sprankelend, maar ondervond een behoorlijke uitdaging om die energie in de virtuoze passages vol te houden.
De laatste kandidaat was Marrisa Minder. Zij bracht de Fandango uit de Tres Piezas Espanolas van Joaquin Rodrigo. Goed gespeeld, maar met net een heel klein tikkie te weinig passie die je bij deze dansvorm wel verwacht.
En toen kon het speculeren beginnen. Uiteraard had de jury het laatste woord. Het publiek werd vriendelijk de zaal uit gebonjourd en het grote overleg rond de punten kon starten.