Home Nieuws DOS Amigos Gitaarkring Gitaarfestival Mark's Hoek Links FAQ
Terug naar vorige Pagina... Concert Wolfgang Lendle Concert Microband Masterclass Johan Fostier Concert Senda Workshop Fingerstyle Seminar Gitaarbouwers Scharpach Concours Cat. 2/3 Concert Lorenzo Micheli Concert Flamenco Finale Scharpach Concours Concert Pavel Steidl Tenslotte... Terug naar Hoofdmenu

Dag Twee: Concert Wolfgang Lendle

Het avondconcert van vrijdag zou een combinatieconcert worden, Wolfgang Lendle voor de pauze en de Microband daarna.

Eerst was het de beurt aan de organisatoren en Yves Storms, de voorzitter van de jury, met de uitslag van de voorrondes en de loting van de finalisten. Finalisten zijn Erik Pronk (dat verraste me), Sabrina Vlaskalic, Floria Nica, Ivan Petricevic en Oman Kaminsky Lara (dat verraste me iets minder, maar nog steeds). De loting kwam uit de hoge hoed: Erik Pronk zou de spits afbijten, gevolgd door Sabrina Vlaskalic, Floria Nica en na de pauze Ivan Petricevic en Oman Kaminsky Lara.

Nu die spanning weg was, konden we ons aan de muziek gaan wijden!

De gitarist, componist en pedagoog Wolfgang Lendle speelt al vanaf eind zestiger jaren zijn rol in de gitaarwereld. Hij staat bekend om zijn originele repertoirekeuze op concerten.

Ditmaal had hij zijn programma in drie delen gedeeld, de eerste sectie was gewijd aan de Barok componisten, het tweede deel bestond uit zijn eigen compositie naar melodieën van Mozart, Von Glück en Soler -een soort moderne terugblik op de klassieke pertiode- en het afsluitende deel besteedde aandacht aan de Spaanse componisten Albeniz en Esquembre.

Ludovico Roncalli (1654-1713) componeerde het eerste stuk, de Passacaglia. Lendle voerde het rijk uit, voorzien van talloze complexe trillers.

Van het volgende stuk dacht ik dat het Folias van Gaspar Sanz was, maar al snel bleek dat het stuk veel langer duurde dan de twee pagina's van Sanz' versie. En inderdaad, het werk was van Francisco Guerau (1649-1717). Het thema van La Folia -Folies d' Espagne- bleef ook in de klassieke periode populair en zelfs Mantovani heeft het accoordenschema nog gebruikt. Wolfgang Lendle hield zich aan de barokke speelstijl en versierde de variaties op originele wijze.

Tombeau sur le Mort de Monsieur Comte de Logy was het emotionele muzikale afscheid van Silvius Leopold Weiss (1687 - 1750) van de Boheemse luitspeler annex componist Jan Antonín Losy (1643 - 1721). Wolfgang Lendle speelde het zwaarmoedige werk met de grandeur die Weiss ongetwijfeld in gedachten moet hebben gehad.

Lendle bleef in de (quasi-)Barok met een op een compisitie van Silvius Leopold Weiss gelijkende pasticcio van Manuel Ponce (1882 -1948). Eerlijk is eerlijk, het klonk wel als Weiss!

Ah, wat een pasticcio is? Een pasteitje, maar ook een operavorm waarin diverse stukken van allerlei componisten tot een soort potpourri werden gecombineerd. Ponce deed dat met een quasi-Weiss suite.

Het laatste deel van de eerste sectie werd een Fandango van Santiago de Murcia (deze leefde in de eerste helft van de achttiende eeuw, maar de historici hebben geen nauwkeurige data kunnen vinden), een van de laatste componisten voor het verval van de Barokgitaar in Spanje. Lendle bracht het volkse karakter van deze dans perfect naar voren, uiteraard ook weer rijkelijk voorzien van trillers.

Toen was het de beurt aan een recente compositie van Wolfgang Lendle zelf -..e si balla il Fandango- een sterk atonaal werk, gebaseerd op fragmenten van Mozart, Von Glück en Antonio Soler. Normaal gesproken heb ik helemaal niets met atonale muziek, maar Lendle wist me met zijn uitvoering wel te boeien. Dat kwam vooral door de constante spanning tussen het tonale en atonale. De atonale stukken leken steeds een illusie te wekken richting het tonale, die daarna weer genadeloos werd afgebroken. De chaos in tonen knabbelde steeds aan die paar ogenschijnlijk melodische passages als de vloed aan een zeedijk. Een heel apart en interessant effect.

Na de atonaliteit konden we weer even ademhalen met het klassieke Spaanse idioom. Met het bekende Asturias en Torre Bermeja van Isaac Albeniz (1860 -1909) en de Cancion Playera van Q. Esquembre (1885 -1965) toonde Lendle zich de meester met zijn geheel eigen soms bijna rauwe stijl.

Hij beloonde het enthousiasme van het publiek met een kleine toegift van Francisco Guerau, dat mij heel bekend voorkwam. Ik had het ooit op een plaat staan, maar nu ik de platenvoorraad heb verpatst (ik al genoeg CDs), zou ik niet precies meer weten.