Dag Een: Masterclass Pavel Steidl
Pavel Steidl is een gitaarfenomeen. Punt. Het beste maak je dat mee als je hem ziet spelen. Hij speelt met alles wat hij heeft en voegt daarbij aan de muziek iets extra's toe wat je op geen enkel stuk bladmuziek kunt vinden: een speels accent, een paar (of zelfs een heleboel) extra noten voor duidelijkheid of afwisseling en een heel eigen dynamiek in zijn interpretatie.
Ik had Pavel Steidl jaren geleden in Almelo -Hof 88- een keer horen spelen. Helaas bleef het bij horen, want ik zat op de achterste rij, alhoewel ik soms een glimp kon opvangen van zijn unieke speelstijl. Hij brengt daarbij niet alleen de muziek naar voren, maar presenteert ook het verhaal daarbij, door beweging, door mimiek. Kortom, alles staat in dienst van het overbrengen van die muziek.
Ik was daarom heel benieuwd hoe het zou zijn om les van hem te krijgen. Daarom schreef ik me direct in toen de gelegenheid zich aandiende.
Pavel Steidl is een specialist in de negentiende eeuwse gitaarmuziek -van klassiek tot vroegromantisch- met namen zoals Johann Kaspar Mertz, Niccolo Paganini, Napoleon Coste en Fernando Sor. Daarom had ik een paar Ghiribizzi van Paganini ingestudeerd.
Ghiribizzi -truffels- zijn hele kleine gitaarstukjes, op zijn hoogst twee pagina's, met een ogenschijnlijk simpele structuur, meestal tweestemmig. Paganini schreef er een stuk of veertig met verschillende stemmingen. Het zijn geen etudes, maar echte speelstukjes. Het leuke aan deze stukjes is dat Paganini er een aantal tophits uit zijn tijd in verwerkte, voornamelijk operamelodieen. Voorbeelden zijn La ci darem la Mano van Mozart en Nel cor piu non mi sento van Paesello.
Ghiribizzi zijn ogenschijnlijk simpel. Waarom? Omdat de bladmuziek basismateriaal is. Het is aan de speler om naar wens zijn goede invallen in de muziek in te vullen. Extra accoordnoten, oktavering, flageoletten, cadenzen en al wat je nog meer kunt verzinnen om je publiek te verbazen en te amuseren. Als je de kale bladmuziek speelt, krijg je een heel melodieus resultaat, maar je moet het gerecht ook nog een beetje kruiden!
Een opname van een aantal Ghiribizzi door Pavel Steidl had me dat al een beetje laten horen. En dat is nog historisch verantwoord ook, want met name Paganini deed niet anders. Hij kende zijn materiaal uit het hoofd en speelde het zoals hij wilde. Pas later heeft iemand een versie opgeschreven en die door 'de macht van het schrift' tot standaard verklaard.
Ik moet zeggen dat ik wat plankenvrees had -dat krijg ik als je met een bekendheid te maken krijgt- maar Pavel Steidl wist dat direct te ontzenuwen. Met aanstekelijk enthousiasme en vrolijkheid laat hij niet alleen je eigen interpretatie van een stuk in zijn waarde, maat laat hij ook met een flinke dosis humor zien hoeveel meer je met die zogenaamd simpele muziek kunt doen. Adembenemend!
Ik had een heel goed gevoel bij zijn benadering. Een groot speler die je op die manier als docent en als mens benadert, zonder franje en met liefde voor de muziek, dat is gewoonweg klasse. Dit gevoel zou trouwens ook bij mijn andere masterclass docenten optreden, wat mij betreft een grote pluim voor de keuze van de organisatie van het Twents Gitaarfestival.
Wat ik in deze masterclass leerde:
- Muziek kun je niet van papier leren. Da's voor mij als doorgewinterd bladmuziekspeler een uitdaging.
- Waar het ego speelt, sterft de muziek.
- Bladmuziek is basismateriaal, als speler mag je alle vrijheid nemen om verantwoord the kruiden.
- Doe alles om het mooi en gevarieerd te maken.
- Verras het publiek.
- Speel geen enkele passage hetzelfde, breng afwisseling, anders raak je het publiek kwijt.
- Durf te improviseren.
- Wees niet bang jezelf bij de muziek kwijt te raken. Alles komt op zijn pootjes terecht.
Overbodig te zeggen dat ik nu zeer benieuwd was naar zijn concert op zondagavond.