Concert Duo Niehusmann
Het avondconcert van dag twee was net zoals vorig jaar een gedeelde ervaring. Voor de pauze Gitarrenduo Niehusmann, na de pauze Andre Manuel.
Het duo Judith en Volker Niehusmann zette de traditie van de vorige avond voort, ook zij zaten als echtpaar op de planken. Hun kleding gaf al een kleine aanwijzing van de muziek die ze gingen spelen, ze verrijkten het stemmig zwart op elegante manier met een bewerkt gilet, een aanwijzing voor een stukje luchtigheid.
Hun eerste stuk werd de Sonate RV85 van Antonio Vivaldi (1678 - 1741), oorspronkelijk voor basso continuo, viool en luit. Ze speelde de drie delen op een luitgitaar. Dit instrument had de vorm en de klank van een barokluit, maar miste de koren en (gelukkig) de eeuwige stemproblemen die je met darmsnaren hebt, want er zat stevig nylon op. Een paar extra bassnaren vergootten het bereik van het instrument.
De hoekdelen hadden door de fraaie baslijn een lekkere swing, en Judith kon in het rustige middendeel helemaal haar gang gaan om de (viool)melodie tot grote hoogten te brengen.
Daarna kwam de Spanjaard Padre Antonio Soler (1729 - 1783) in beeld. Deze componist kun je plaatsen in het overgangsgebied tussen laat barok en vroeg klassiek. Hij componeerde zijn muziek naast zijn kloosterleven in het klooster van El Escorial. De dagen besteedde hij aan gebed, bezinning en werken op het land van het klooster, maar vond desondanks de tijd om originele muziek te componeren. Net zoals Scarlatti verwerkte hij motieven van Spaanse volksmuziek (bijvoorbeeld de Fandango) in zijn klavecimbelsonates en net zoals deze Italiaan had hij een behoorlijke output, alhoewel zijn meer dan vijfhonderd werken -waarvan ongeveer 150 sonates voor klavecimbel- het repertoire van de Italiaan in omvang niet kon verslaan.
Duo Niehusmann speelde drie bewerkingen. En inderdaad, het Spaanse idioom was heel duidelijk. De eerste twee sonates waren me onbekend, de laatste herinnerde ik me van een oude opname van het duo Presti-Lagoya.
Het volgende onderdeel werd een eigen compositie van Volker Niehusmann, een suite op schilderijen van Paul Daugin die hij op Tahiti schilderde. Daugin had iets met de gitaar, want ook al stierf hij in armoede, hij liet toch nog een stel penselen, wat schilderdoek en een gitaar na.
De kleuren onder de Caraibische zon kwamen heerlijk terug in de muziek, de vier delen van de suite toonden ieder een andere set tinten van dit palet. Ik kreeg er in ieder geval een verlangen naar een zonnig vakantieoord van.
Het laatste stuk was een compositie van de legendarische Ida Presti zelf, de beroemde gitariste van het duo Presti-Lagoya dat in de zeventiger jaren hoogtij vierde. Zij viel op door de krachtige solo’s, een rol die ze binnen een duo graag belkleedde. Een oude gitaarleraar van mij placht min of meer weemoedig te verzuchten dat ze veel te vroeg was gestorven (ze stierf op 43-jarige leeftijd in 1967). Haar bijzondere handhouding van de rechterhand werd door velen geimiteerd, ongelukkigerwijs nog weleens ten koste van blessures..
Dit stuk was wat moderner van karakter en verkende de mogelijkheden van een gitaarensemble. Het sprak mij persoonlijk wat minder aan.
De toegift was een geinige verassing: een duo van John Dowland -My Lord Chamberlain, His Galliard- in duozit (alsof je op een motorfiets rondrijdt). De beide partijen kwamen er op een enkele gitaar goed uit!
Toen het concert eenmaal was afgelopen, zorgde het duo Niehusmann na de pauze voor een primeur door de jongste toeschouwer (<1 jaar) in de zaal mee te brengen. Een wolk van een baby, die in alle rust het optreden van Andre Manuel meemaakte.
Met een beetje geluk zien we misschien over drie lustra van het festival wel een Trio Niehusmann op de planken!