Home Nieuws DOS Amigos Gitaarkring Gitaarfestival Mark's Hoek Links FAQ
Morning After.. De Organisatie Hommage Laat Dauwtrappen Workshop Jim en Paul Concert Eric Franceries Voorronde Axis GitaarConcours Concert Duo Melis Masterclass Frank Bungarten Concert Matthew McAllister Workshop Jim Masterclass Susana Prieto De Geschiedenis van de Gitaar Meer...

Masterclass Frank Bungarten

Frank Bungarten uit Duitsland was voor mij geen onbekende als gitarist. Jaren geleden stuitte ik op een mooie opname van 3 vioolsonates van Bach uit 1987(!) en lang daarna kwam ik een fraaie CD ‘La Traviata’ tegen met daarop stukken van Sor, Giuliani, Mertz en Tarrega. Live had ik hem echter nog nooit horen spelen, maar de CDs, vooral die van Bach, maakten bij mij veel indruk.

Ik zorgde er dus voor om op tijd aanwezig te zijn. Toen kon ik nog mooi een stukje meepikken van een van de deelnemers die als droom had om de Chaconne in D van Bach eens in zijn geheel te spelen. Bungarten moedigde hem aan om dat zeker te doen, maar wel in zijn eigen tempo. Dat leek mij ook heel verstandig!

Toen was ik aan de beurt. Ik had de Fantaisie Les Adieux van Fernando Sor voorbereid, een stuk dat ik de afgelopen jaren al een aantal malen had opgepakt en dat me uitstekend materiaal leek voor een Masterclass.

Ik speelde het zo goed en zo kwaad als het ging voor. Uiteraard ging het niet zo goed als in mijn eentje op de gitaarzolder thuis, maar ik speelde in ieder geval zonder grote uitglijders tot het einde.

Bungarten’s commentaar op mijn muzikale idee van het stuk was positief. Ik wist wat ik met het stuk wilde bereiken en dat was voor een luisteraar interessant. Alleen bij de manier waarop ik dat idee uitvoerde vond hij dat er nog veel winst was te behalen. Twee zaken sprongen er uit, mijn (lang niet altijd consistente) wisselslag en de manier van aanslag. Beiden aspecten van de rechterhand.

Wat de wisselslag betreft, heeft hij gelijk. Ik ben slordig in de rechterhandvingerzetting en concentreer me meer op de linkerhand. En dat is dan zeker in de loopjes soms hinken geblazen. Ik neem het me vaak voor om er iets aan te doen, maar even vaak verslapt het weer.

Die consistente wisselslag kan een duidelijk punt van verbetering worden, ik ga er de komende tijd hard aan werken. Hij liet me als voorbeeld zijn studiepartijen zien, en inderdaad alle vingerzettingen, zowel rechts als links had hij met groot detail aangetekend.

Zijn opmerking over mijn wijze van aanslag was van een heel andere orde.

Ik speel zelf blijkbaar veel vanuit de uiterste vingerkootjes. Daardoor heb je minder ‘momentum’ bij tirando spelen dan als je vanuit het middelste kootje speelt, simpelweg omdat je dan meer ‘slag kunt zetten’.

Ergo, voor een bepaalde luidheid moet je in mijn geval evenredig meer kracht zetten. En kracht zetten wekt spanning in je hand. En spanning weerstreeft ontspanning, zodat je minder snel weer aan kunt spannen. Al met al kost dat snelheid en souplesse. Een onvermoed lawine effect.

Het valt me al tijden op dat fysieke aspecten van het gitaarspel in de laatste decennia een grote aandacht hebben gekregen. De boeken van Aaron Shearer illustreren dat bijvoorbeeld treffend met opmerkingen en oefeningen rond ergonomie en optimalisatie van het hele bewegingsapparaat rond de gitaar.

Heel gaandeweg zet zich ook een trend in van de holistische benadering, de wijze waarop lichaam en geest bij het gitaarspelen in harmonie zijn, of juist niet. De kale technologische oefeningen waar ik vroeger zo’n hekel aan had, krijgen een breder kader.

De Masterclass van Frank Bungarten leverde me daarvoor een treffend voorbeeld. Want, verbaas je niet, we zijn drie kwartier bezig geweest met een enkel aspect van een enkele vinger. En die tijd blijkt veel te kort.

Bungarten analyseerde de beweging van de aanslag van de rechterhand.

Impuls - ontspanning, Impuls - ontspanning. De vinger ‘treedt naar voren’, bouwt op de snaar de spanning op voor de aanslag, voert de aanslag uit en ontspant zich daarna in een rustpositie tot hij weer nodig is.

‘Da’s toch logisch?’ zegt iedereen nu.

Maar, denk eens aan die rustpositie. Wat doe je daarin eigenlijk? Hoe zit het met de controle? Bungarten’s postulaat was dat je in ontspanning de controle los mag laten. Je maakt je geest wat die vinger betreft als het ware even leeg. Totdat het nodig is om de teugels weer even aan te trekken en een nieuwe aanslag te maken. Dus, hoe kort ook, na ieder moment van inspanning volgt even een moment van totale ontspanning.

Impuls met controle - ontspanning met loslaten, Impuls met controle - ontspanning met loslaten.

Het bewustzijn, je geest leeg maken, het loslaten... Dat is een kunst die overal ter wereld door de grote en kleine spirituele richtingen wordt beschreven en onderwezen. Yoga, Zen, Meditatie in allerlei stromingen. Een kunst die gezien de huidige wereldproblematiek niet frequent wordt beoefend.

Dat daar bewuste oefening voor nodig is, lijkt me duidelijk. Probeer maar eens een korte tijd je geest leeg te maken en helemaal nergens aan te denken, het denken (en piekeren) als het ware los te laten en er gewoon ‘te zijn’ en niks anders. Hoe lang duurt het dan voordat je agenda weer voor je geestesoog verschijnt? Of dat probleem waar je al jaren mee worstelt? Of de gedachte aan die persoon waar je verliefd op bent? Of een slepende dan wel knallende ruzie mee hebt?

Maar nu mijn praktijk. Een aanslag maken kan ik best. Ook met die ene vinger. Er was nog wat bij te vijlen aan de nagels om het snaarcontact te verbeteren, maar dat is een optimalisatieproces. Daar ga ik een rustig aan schuren!

De totale ontspanning evenwel.. die kon ik niet bereiken. Totaal niet. Ik verstookte evenveel energie voor de aanslag als voor de terugkeer naar de ‘rust’ positie. Ik deed blijkbaar moeite om mijn vinger in rust te houden. En dat is absoluut geen ontspanning. Het loslaten lukte me niet. Het leek wel alsof een drang om de zaak onder controle te houden me daarvan weerhield.

Dat was een moment van bewustzijn, dat me schrik aanjoeg. Want dat het loslaten me niet lukt en ik graag de controle heb, zijn aspecten van mijn persoonlijkheid. Intuitief weet ik dat, ik leef er mee, ik laat het gebeuren, ik ben ermee vergroeid. Eigenlijk baal ik er een beetje van, want het maakt het leven lastiger dan nodig is. En nu blijkt (alweer) dat het tegen je werkt. Dat het doorsijpelt in je handelen zoals het spelen van een gitaar.

Bewustzijn is de eerste stap om dit probleem aan te pakken. Waar ben ik nu? Wat doe ik nu? Hoe voelt het nu? Wil ik dat wel zo? Het is alsof je een boek van Eckhard Tolle aan het lezen bent.

Bewustzijn kun je bereiken door te observeren, maar wel zonder oordeel! Zoals de hoofdpersoon in Zen of de Kunst van het Motoronderhoud opmerkt “repareer je motor alleen met een onbezwaard gemoed (anders draai je uit pure kwaadheid of frustratie al je schroefdraad aan barrels)”.

Tja, dat oordeel en een lichtelijk bezwaard gemoed bezat ik op dat moment dus wel. Ik baalde zodoende als een stekker dat iets zo ogenschijnlijk eenvoudigs als een vinger in ruststand zetten en te ontspannen me domweg niet lukte. Het leek wel alsof ik in een potje stroop aan het roeren was. Ik was de controle kwijt door die controle juist na te streven.

Die paradox verwoordde Bungarten ook: Beheersing komt mede door het (kunnen/durven) loslaten van die beheersing.

Mijn bezwaard gemoed werd een gevoel dat ik jammer genoeg na dat uur mee naar buiten sleepte. Duidelijk een noot die je even moet kraken. Daar had ik dan ook alle tijd voor, want ik miste het lunchconcert omdat de Masterclass uitliep: ik kon namelijk nog even observeren hoe Bungarten zijn dagelijkse oefeningen deed. En inderdaad, hoe snel het ook ging, je kon de momenten van ontspanning aan zijn vingers zien.

Conclusie: Back to Basics! Wel even wennen, nietwaar?

Gelukkig bleef mijn stemming niet al te lang zo. Niet zeuren, jochie! Als je op hogeschoolniveau les krijgt, loop je kans op navenante opmerkingen over je prestaties. Ik neem er van mee wat ik kan, en dat is het dan!