Home Nieuws DOS Amigos Gitaarkring Gitaarfestival Mark's Hoek Links FAQ
Op de Planken Voorbereiding,het Halve Werk! Het Publiek is niet je Vijand Oordeel pas na het Concert Concentreer je op de Muziek Geniet van jezelf bij 't spelen Terug naar Gitariteiten Terug naar Hoofdmenu

Op de Planken

Veel gitaardocenten en de instituten waarvoor ze werken zien de zogenaamde voordrachtsoefening -ofwel de Gang op de Planken- als verplichte kost: eenmaal per jaar ben je aan de beurt voor een voorspeelavond. Voor velen een regelrechte confrontatie met datgene dat menigeen graag ontloopt: Plankenkoorts!

Het overigens is aan de voorspeelwoede van een aantal klasgenoten te danken, dat ik belangstelling kreeg voor de gitaar. Zij speelden in een keldertje aan de Amsterdamse Jacob Obrechtstraat Lesson for Two Lutes en Drewries Accordes voor de vuist weg en maakten vervolgens een geintje met het welbekende Romance d' Amor. Het feit dat het klasgenoten waren die daar speelden, maakte de kunst opeens bereikbaar. Het feit dat het publiek waaronder een aantrekkelijke dame die ik helemaal zag zitten, vol bewondering luisterde, maakte niet alleen het gitaarspel aantrekkelijk, maar ook de aandacht en waardering van een publiek.

Dat brengt je op een belangrijke drijfveer tot het spelen voor publiek. Het willen presenteren van wat je kunt, met "egoistische" dan wel altruistische motieven. De een steelt graag de show, de ander doet het om zijn speelvreugde met anderen te delen. Eerlijkheidshalve geef ik toe dat zeker in het begin het showelement me wel aansprak.

Bij de uitvoeringspraktijk maak je kennis met een effect, dat zowel constructief als destructief kan werken, het effect dat men plankenkoorts noemt. Een gevoel van onzekerheid, dat je zowel kan aanscherpen als verlammen. Het gevoel dat je wordt bekeken, geanalyseerd en beoordeeld dan wel veroordeeld.

Ik herinner me mijn eerste voorspeelervaringen nog goed. Je zit met een rooie kop op de planken en voelt een harstslag als een topatleet tijdens een sprint voor een wereldrecord. Je vecht tegen een trilling in je vingers die steeds erger lijkt te worden, iedere beweging lijkt vertraagd in een dikke stroperigheid.

Je passeert moeilijke plekken in de stukjes met een ware doodsverachting op soms twee maal zoveel snelheid als verstandig is, om er maar van af te wezen. Je hebt continu te lijden van je "kritische zelf" zoals dat in het boek "Innerlijk Musiceren" zo raak wordt beschreven, je ingebouwde criticus die je de moeilijke plekken en de kansen om uit te glijden al een paar maten maten van tevoren laat weten, zodat het gegarandeerd misgaat.

Een gevoel alsof je naar de tandarts moet, iets dat zich op de dag van het concert ontwikkelt, zijn hoogtepunt op het toneel vindt en uren daarna nog niet helemaal weg is, zeker als je met een gevoel voor meedogenloosheid je eigen optreden tot op het bot analyseert en de passages die goed gingen niet kunt vinden.

Als je dit leest, kun je me een zekere mate van masochisme niet ontzeggen, denk ik. Misschien was/is dat ook wel zo. Masochisme impliceert pijn, en dat gevoel had ik dan achteraf ook vaak.

Toch is er het een en ander veranderd sinds de eerste wankele schreden op het toneel.

Toen ik voor het eerst voorspeelde, was ik een jaar of 20, ik had twee jaar de autodicact uitgehangen en anderhalf jaar gitaarles gehad. Dat voorspeeluurtje van de Muziekschool was eigenlijk mijn allereerste presentatie-ervaring na een spreekbeurt over hamsters vroeg op de middelbare school.

In mijn gedachten was mijn publiek net zo destructief kritisch als ikzelf. Dat brengt om te beginnen al een lekkere spanning met zich mee. Wat ik ook niet wist was welke effecten spanning op je uitvoering heeft, de zweethanden van de spreekbeurt was ik al lang vergeten.

Ik zat uiteindelijk op het toneel, veilig weggedoken achter de bladmuziek. De partijen waren op zich niet zo heel nuttig voor me, want ik had op dat moment totaal geen snelheid van lezen, ik wist net wat de symbolen voorstelden en daar hield het mee op. Ik speelde het programma dus eigenlijk uit mijn hoofd, zo ingesleten was het na noot voor noot instuderen.

Ik kwam alle stukken met hier en daar een hapering door, ontving het applaus met een stuntelige buiging en was door en door ontevreden. Het bleek niet alleen een taaie strijd om de noten voor het voetlicht te krijgen, het klonk voor mijn gevoel ook eens nergens naar. Zo veel minder dan de gitaarplaten die ik grijs draaide! Tja, op zo'n moment blijkt ook wat voor onhaalbaar verwachtingspatroon je eigenlijk hebt.

Het zou mooi geweest zijn om die ervaring op de gitaarles erna eens uitgebreid te bespreken. Het kwam er niet van, want ik had geen woorden om het gevoel van kwetsbaarheid, gebrek aan zelfvertrouwen en falen te omschrijven dat ik naar aanleiding van dat optreden voelde. Jammer, want de meeste gitaardocenten zullen die ervaringen best herkennen en het gevoel en de oplossing -als ze daar aan toe zijn gekomen, uiteraard- wel willen delen. Nu bleef het bij een commentaar als "het ging best wel goed" en daarna orde van de dag.

Die eerste ervaring weerhield me er echter niet van om het later nog eens te proberen. Er kwamen dus nog een paar gelegenheden meer, waarover ik geenszins tevreden was, maar waarbij ik toch de waardering van het publiek voor mijn strijd ontving.

De eerste van mijn gitaardocenten, die zich in mijn geval serieus met het voorspelen bezighield, was Ed Westerik. De eerste jaren waren het praktische tips, en toen we meer en meer het gevoelsmatige aspect van musiceren in de lessen betrokken, kwamen de psychologische en emotionele aspecten aan de orde.

Een paar eye-openers van hem:

Die onderwerpen werken we eens nader uit. Je kunt ze in het zijmenu vinden.