Home Nieuws DOS Amigos Gitaarkring Gitaarfestival Mark's Hoek Links FAQ
Bladmuziek Terug naar Genre Menu Terug naar Hoofdmenu

La Maya de Goya

Enrique Granados

Over het stuk zelf..

Dit is een bewerking voor een gitaar van Granados' Tonadilla La Maya de Goya.

Enrique Granados (1867 - 1916) was een Spaans componist en pianist. Hij schreef voornamelijk piano- en vocale muziek. Hij was een leerling van o.a. Pujol en Pedrell en stichtte in 1901 het conservatorium te Barcelona.

In tegenstelling tot andere Spaanse componisten van zijn generatie had hij maar weinig belangstelling voor de cultuur van zijn geboortestreek, maar voelde hij zich vooral aangetrokken tot de Castilliaanse Tonadilla en de Spaanse kunst uit de klassieke en vroeg-romantische periode.

Hij kwam op een trieste manier aan zijn eind, in maart 1916 torpedeerde een Duitse onderzeeer bij Dieppe het schip waarop hij van een toernee in Amerika naar Europa terugkeerde. Hij verdronk jammerlijk.

Deze Tonadilla is afkomstig uit een serie stukken voor zangstem en piano, die de 'Maya' schilderijen van de Spaanse schilder Francisco de Goya (18 eeuw) tot onderwerp hebben. Granados was een groot bewonderaar van deze schilder, getuige zijn Goyescas, die tot zijn beste stukken behoren en die eveneens geinspireerd zijn door Goya's schilderkunst.

Het is even de vraag op welke versie van het schilderij La Maya de Goya het stuk is geschreven. Het schilderij kent namelijk twee uitvoeringen: La Maya Vestida (het geklede meisje) en La Maya Desnuda (het naakte meisje).

Wat ik met dit stuk heb..

"Wat heb je met dat stuk?" is een vraag die in mijn gitaarlessen regelmatig terugkomt. Het is een vraag die ik me totnogtoe zelden bewust gesteld heb. Toch hangt je motivatie om het te spelen er vanaf.

Wat trekt je aan in een stuk muziek? De vorm? De klank? De zeggingskracht? Een toevallig verhaal waarvoor het stuk een opmaat is, of een begeleiding? Een impressie of onuitgesproken herrinnering?

Dit stuk heeft op dit moment voor mij iets van een gitaristische midlifecrisis. Ik zal er iets over uitweiden:

Ik heb onlangs een nieuwe gitaar gekocht, waarop ik nog niet helemaal thuis ben. Op zich is dat logisch, dat kost gewoon tijd, maar je staat er versteld van hoe de Contreras Estudio, mijn oude gitaar, je na twaalf jaar in de vingers is gaan zitten. De nieuwe gitaar -een Bernabe M10 met Fichte bovenblad- is wat gewoontes betreft vrij kritisch: zij staat weinig onnauwkeurigheden toe, waar de Contreras veel toleranter speelde. Wat je voor de moeite wel terugkrijgt is een prachtige krachtige klank als je "right on spot" zit.

Het oude materiaal voelt daarom vreemd aan en lukt niet meer zo flitsend zoals het vroeger ging. In feite moet ik nu ieder oud stuk opnieuw studeren. Bij sommige stukken begrijp ik dat, bij andere stukken -vooral de "gemakkelijkere" exemplaren, voel ik het bijna als nederlaag dat het niet meer zo goed gaat. Niet goed voor het humeur en al helemaal niet voor het speelplezier.

De enige oplossing blijkt toch het geduld om de oude stukken opnieuw in de verf te zetten en ze te spelen met alle goede ervaringen die ik sindsdien hebt opgedaan.

Verder ben ik een project begonnen dat ik jarenlang heb uitgesteld: Uit het hoofd spelen. Ik ben een fervent bladlezer. Ooit las ik met de gitaar op schoot hele muziekboeken door tot op het podium toe en dat leek zelfs wel aardig te gaan, zeker na de vier die ik bij mijn A-examen op de Muziekschool voor A Prima Vista kreeg.

Mijn gitaarleraar verzucht weleens dat ik te goed lees. Hij heeft daar een goede reden voor, want het lezen kost energie die je niet in je spel kunt stoppen. De weg van papier naar ogen via hersenen naar de spieren die je vingers bedienen, is in computertermen een proces dat nogal wat CPU-tijd kost, die je niet aan de interpretatie van de muziek kunt besteden. Wees je voor de gein eens bewust van het aantal hoofdbewegingen tussen papier en toets als er lastige stukken in de muziek zitten waarvoor je wel moet kijken, en hoe moeilijk het is om het spelen en het lezen met elkaar in de pas te houden.

Ik heb in mijn gitaarbestaan slechts een paar stukjes uit het hoofd gespeeld. Ik deed het in het begin omdat ik geen noot kon lezen. Ik sleet de stukjes helemaal in en had geen papier meer nodig. Later ben ik begonnen om een paar moeilijker stukken uit het hoofd te spelen, maar ook dat miste wat bewustzijn, het was meer inslijten door eindeloze herhaling dan een bewust proces.

Ik kende de voordelen en de gevaren van uit het hoofd spelen uit mijn tijd met het Granados Duo, waarin ik speelde voordat Hans en ik DOS Amigos vormden.

Aan de ene kant had je daar die heerlijke vrijheid om de muziek te spelen, alle aandacht te hebben voor elkaar en meer te kunnen doen aan interpretatie. Aan de andere kant loerde daar de angst voor de black-out op het toneel als je de weg kwijt raakte zonder papier om het snel terug te zoeken, iets dat bij gelegenheid -tot groot plezier van sommige recensenten die graag iets te schrijven wilden hebben- ook weleens gebeurde. Ik zag de standaard met de bladmuziek op gegeven moment als een zekerheid tegen een afgang.

Ook al is het papier op de standaard een schijnzekerheid op het toneel, hij staat wel tussen jou en de richting waarin je de muziek speelt in. Als je pech hebt, staat dat jouw muzikale uiting richting mensen waarmee je muziek wilt delen, zij het officieel op een podium, zij het in informele kring, in de weg.

Deze gedachte was voor mij de aanleiding om een poging te doen om bewust uit het hoofd te spelen. Wederom een ervaring met midlifecrisisverschijnselen, want zo snel als ik lees, heb ik met bekend repertoire veel eerder resultaat met lezen dan met moeizaam uit het hoofd leren. Je krijgt met maximaal een uur spelen per dag toch een zekere hang naar efficiency.

Dit stuk La Maya de Goya combineert de diverse aspecten die ik al noemde. Het is technisch niet eenvoudig en vraagt uitzoekwerk. Het is qua interpretatie ook lastig, ik ken de tekst van het lied niet (die vertelt in ieder geval waarover het gaat) en hoe de Maya er uit ziet, daarin moet je een keuze maken: Vestida of Desnuda. En daarbij wil ik het uit het hoofd leren.

Werk genoeg, dus. Regel voor regel ruk ik op naar het slotaccoord. Maar het lukt! Sommige delen ademen de vrijheid van de muzikale uiting en beschrijven zo het beeld van de elegante, ietwat rondborstige vrouw, waarvoor Goya in de achttiende eeuw alles over had..