De Strijd om God

Vooraf…

Uit Schrijfblock 2001

In 2001 had ik voor het eerst last van een Writers Block. Om toch in de running te blijven, besloot ik voor mijn website, de DOS Amigos Homepage, een soort proto-blog op te zetten, getiteld Schrijfblock. Een stukje schrijven werd toen mijn eerste bezigheid achter het bureau. Sommige stukjes reflecteren de actualiteit op dat moment, ik begon ermee vlak na de beruchte 11 September.

Ik kwam werk van de theologe Karen Armstrong tegen toen ik in de negentiger jaren door omstandigheden een grotere belangstelling opvatte voor spiritualiteit in allerlei vormen. Een van die vormen was de beangstigende religie uit mijn jeugd. Haar vrijzinnige en syncretische benadering van bijvoorbeeld Christendom en Islam is een welkom contrast ten opzichte van de starre orthodoxie die je net zo goed tegenkomt.

Met de aanslagen van 11 September verplaatste de strijd om God zich weer naar de slagvelden, zowel in den vreemde als vlak in de buurt. Ik was zodoende gemotiveerd om iets van die waanzin te willen begrijpen en dit boek bracht duidelijkheid in een paar componenten. Wat me overigens niet heeft bevrijd van angst, strijdbaarheid en woede richting excessief gewelddadige uitingen van religieuze en ideologische orthodoxie die de zalvende uitspraken over “Godsdienst van de Vrede” keihard logenstraffen.

De Strijd om God

Na de terroristische aanval op het World Trade Centre in New York, is het begrip fundamentalisme het gesprek van de dag. In de publieke opinie is een fundamentalist op dit moment, wat een nazi zestig jaar geleden was (wat sommigen overigens wederom trachten te reconstrueren). De uitingen over fundamentalisten zijn niet bijster positief en slaan vaak regelrecht door naar de religie die ze zouden vertegenwoordigen. De Islam als bron van alle kwaad lijkt me wel te kort door de bocht.

Die bewuste dinsdag was voor mij reden om De Strijd om God van de theologe Karen Armstrong te lenen uit de bibliotheek en het boek in een week of twee uit te lezen. Dit was een ander boek dan ik van haar gewend ben, ook al kwamen aspecten van met name Een Geschiedenis van God opnieuw aan de orde.

Het was een informatief boek dat mijn mening over fundamentalisten bijstelde. Het is me nog niet geheel duidelijk in welke zin, maar ik heb er in ieder geval een meer genuanceerd beeld van. Het zwart witte raakte er voor mij een beetje af.

Fundamentalisme komt volgens het boek voort uit een fundamentele, ja zelfs existentiële angst voor vernietiging van je oude en vertrouwde achtergrond, bijvoorbeeld de maatschappelijk-religieuze context van je maatschappij. De schrijfster noemde dat op zeer “positieve” wijze “groeistuipen van de vooruitgang”, maar tekende daar wel bij aan dat die groeistuipen vaak met nietsontziend bloedig geweld en massa’s slachtoffers gepaard gingen.

Wij zijn in het Westen zo geschokt door de vele slachtoffers van niet-westerse fundamentalistische stromingen, omdat we die tijd van onze eigen groeistuipen op de overgang van middeleeuwen naar het ontstaan van de moderne westerse wereld blijkbaar vergeten zijn. Toch zijn kruistochten, Reconquista, heksenjachten, deportatie, Inquisitie, pogrom en holocaust nog niet zo heel lang geleden.

Het was vóór het lezen van dit boek voor mij zeer verleidelijk om naar aanleiding van de zoveelste historische massaslachting op religieuze grondslag de religie te laten voor wat het is: het geloof in een God brengt mensen blijkbaar tot fundamentalistische sentimenten die je liever kwijt dan rijk bent. Zodra God op de banieren van een ideologie verschijnt, kun je jezelf maar beter afzijdig houden. Zeker omdat de volgzaamheid van mensen op geloofsgrondslagen soms totaal redeloos wordt.

Het boek maakt echter duidelijk dat het onrecht doet aan de religie an sich, omdat bij fundamentalisten de vaak complexe gedachtewereld van een godsdienst wordt versimpeld tot een ideologie, die eveneens relatief simpele vijandbeelden zoals “niet-gelovigen”, “ongelovigen”, “afvalligen” of vager nog “de grote Satan” cultiveert. Dat Armstrong de religie niet afvalt, is gezien een eerdere uitspraak van haar -in Een Geschiedenis van God– dat een mens een ongeneeslijk religieus wezen is, niet verbazingwekkend. Zelfs ondanks haar eigen deprimerende ervaringen in het kloosterleven (zoals ze in Door de Smalle Poort beschrijft) blijft ze daarvan overtuigd. Ze maakte duidelijk dat je spiritualiteit en religie niet per definitie aan een ideologie gelijk moet stellen, omdat dat per definitie tot problemen zal leiden omdat men probeert de mythe om te zetten in rationele feiten.

Het gaan lezen van dit boek werd wat mij betreft ingegeven door de emotie van de aanslag op het WTC op 11 September.

Ik weet niet precies waarom ik het boek pakte: hoopte ik wellicht te lezen, dat fundamentalisten van wat voor ideologie dan ook zich altijd vergrepen aan onschuldige mensen die zij schuldig achtten aan pogingen tot vernietiging van hun eigen fundament? Of dacht ik misschien dat het boek een opwelling van haat tegen die nietsontziende religieuzen zou rechtvaardigen? Of moest het boek voor mij het definitieve afscheid van de religie inluiden?

Dat deed het allemaal niet. Het was zeer informatief en gaf duidelijk aan dat fundamentalisme een angstreactie is. Een fundamentalist schreeuwt “God wil het!” om zijn eigen angst voor vernietiging en verloren gaan het zwijgen op te leggen. Dat brengt de zaak terug naar menselijke proporties.

Ik ken die angst omgekeerd ook, voor een God die je zal vernietigen omdat je -volgens andere mensen- je niet conformeert aan Zijn wil. Die angst van een kind voor eeuwige straf voor “vlekjes op zijn of haar ziel”. Voor een God die zegt: “Wie niet voor mij is, is tegen mij”. De kreet “God wil het!” om mij te laten zijn zoals anderen dat willen of -abstracter nog- de maatschappij dat wil, kan mij alleen maar angst inboezemen, omdat ik die rechtvaardiging al vaak genoeg gehoord heb voor dingen die in mijn ongetwijfeld beperkte optiek volstrekte onzin waren, of me tot op het bot verkilden.

Die angst herken ik, die is voor mij een mogelijk antwoord op de vraag hoe een in wezen positieve filosofie kan ontaarden tot een rechtvaardiging van misdaden tegen de mensheid.

Die angst, dat was ook de basis van de afwijzing door “verontrusten” -een redelijk fundamentalistische stroming- die mijn participatie in het kerkelijk leven verijdelde. Zij waren blijkbaar bang dat de actieve jeugd hun vertrouwde beleving en de vaste hiërarchische patronen in hun versie van het Christendom zouden vernietigen en keken daardoor niet verder dan hun neus lang was. Ik heb het hun -de organisatie Christelijke kerk- echter nooit kunnen vergeven. Ik ben zo gewend geraakt aan mijn eigen weg, dat ik totaal niet gemotiveerd ben om het bij een Christelijke kerk te zoeken. Om eerlijk te zijn, zal ik zelfs niet geneigd zijn om het bij wat voor religieuze club dan ook te zoeken.

Wat het boek me ook duidelijk maakte is de relatie tussen de westerse waarden (een grote mate van rationalisme en secularisatie) en de dubbele verhouding die veel wat traditionelere culturen daarmee voelen. De hoge en materialistische levensstandaard in het westen is zeer verleidelijk, in allerlei opzichten. Maar als je erachter komt, dat juist jouw armoede die levensstandaard mogelijk maakt, zal je ook een dreiging ervaren. Een angst die fundamentalisme en terrorisme in de hand werkt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll naar boven