In the Year 2025, 2025

Vooraf

In de media tekent zich steeds meer een tegenstelling af die zich gaandeweg verhardt, net zoals de andere tegenstellingen in de Coronacrisis, en wel die van de voorstanders van en twijfelaars aan de coronavaccinatie. In de huidige gepolariseerde meningsvorming noemt men vaccintwijfelaars al Antivaxers, die worden beschouwd als een gevaar voor de samenleving. Dat uit zich in de roep om vaccinatiepaspoorten en privileges voor degenen die zich laten vaccineren en restrictiemaatregelen voor degenen die coronavaccins weigeren of aarzelen zich te laten vaccineren omdat de betrouwbaarheid daarvan nog lang niet is aangetoond.

Nogmaals polarisatie. Die me inspireert tot de volgende droeve glimlach richting de (mogelijke) actualiteit in 2025. Het verhaal is een vervolg op het verhaal Als een Ander dan Jezelf, elders op deze site.

Zorgen jullie er alsjeblieft voor, dat het hieronder beschreven scenario fictief blijft. Blijf wakker en bewust!

Muziek: In the Year 2525, een ietwat sombere toekomstvoorspelling uit de vorige eeuw van Zager & Evans

In the Year 2025, 2025

Sjors Vandegraat kijkt mistroostig uit zijn raam aan de Beethovenstraat. De avond valt. Het display van zijn audio set toont 27-02-2021 20:59. Het is al stil op straat, de tramrails trekken een verlaten spoor op het midden van de weg. Twee handhavers in gele hesjes fietsen in een kalm tempo voorbij en kijken waakzaam op zich heen op zoek naar Sperrzeitverbrecher. De drie kruisjes op hun badge schitteren in het late licht.

Vastberaden, heldhaftig, barmhartig… Sjors trekt een zuur gezicht.

Vroeger hield hij van zijn stad, maar de crisis had dit veranderd. Vastberaden zijn ze soms inderdaad, maar wel zonder rijp beraad. Heldhaftig? Hij vindt het optreden tegen de demonstranten op het Museumplein niet van heldhaftigheid getuigen, een beetje met een waterkanon op veilige afstand mensen tegen de grond schieten. En barmhartig? Wel, 95 euro boete als ze je na negenen betrappen op je balkon met die ene gast waarmee je even een luchtje schept. Mooie barmhartigheid voor hun eigen begrotingstekort.

Een opstandige gedachte: Stiekem naar het park? Alle patrouilles ontwijken?

Hij draait zich om naar een foto op de platenkast. Carola… Hij had haar teruggevonden. Na al die jaren scheiding. Aarzelend waren ze weer in gesprek gekomen. Stap voor stap hadden ze hun verbinding hersteld naar een prille verstandhouding. Hij denkt terug aan hun ontmoetingen in de avonduren, op hun eigen bankje aan het water vlak bij het Rosarium in het Vondelpark. Net zoals vroeger. Daar ging nu een streep door.

Gesloten, moppert hij, op last van de burgemeesteres die bang is voor feestjes die haar besmettingsscore opjagen, maar die wel de Dam laat vollopen met besmettelingen voor een anti-racisme-demonstratie. Over consistentie gesproken.

Hij zet een plaat op en ploft neer in zijn luie stoel. Raar, sinds hij veroordeeld is tot thuiszitten en zijn dagelijkse woon-werkritueel vice versa niet meer ervaart, geniet hij er minder van. Hij had de thuis-werk scheiding altijd prima gevonden. Gewoon het gebaar dat je een deur achter je dicht doet. Gelukkig kon hij zijn oude elektronica-laboratoriumkamertje ombouwen tot Arbo-gecertificeerd thuiskantoortje. Zijn baas had dankjewel gezegd op zijn investeringen voor een goede stoel, bureau en computer hardware, maar daarna iedere declaratie afgewimpeld.

Met die 2 euro thuiswerkvergoeding per werkdag, ben ik drie jaar bezig voor ik dat eruit heb, herinnert hij zich de vervelende en demotiverende discussie met zijn werkgever, aan mijn reiskostenvergoeding verdiende ik tenminste nog iets door op de fiets te gaan.

De hemel van zijn humeur raakt zwaar bewolkt. Meer dan een jaar lang contactloze arbeid, resultaat-loze zoomvergaderingen zonder enige verbinding en continu waggelende deadlines. Meer dan een heel jaar restricties, afstand, verstikkend benauwde mond- en neusbedekking en een huis vol bezorgdozen omdat je zelf niet meer naar de winkel mag.  

En dan die angst: De raarste manoeuvres op straat om vooral niet binnen elkaars besmettingsradius te komen. Hij herinnert zich met afschuw de voorbijganger die bij zijn uitwijkmanoeuvre van schrik onder de tram kwam. Die afkeurende blikken als je niest of je neus snuit. Die angst in hun ogen, de blik dat ze in jou de Zwarte Dood menen te herkennen en je voordien het liefst uit de weg zouden ruimen.

Stop, dit brengt me nergens, denkt hij resoluut, tijd voor de Marie Kondo methode.

Hij komt overeind en besluit nog wat op te ruimen in zijn werkkamertje. Hij had destijds al het spul zonder enige structuur maar in een kast gemikt om plaats te maken. Gebrek aan structuur irriteert hem. Dat lost hij nu ter plekke op.

Bureau en elektronica-knutseltafeltje passen wonderwel in een kleine ruimte. Zelfs de metalen kast met de materialen vindt nog een plekje.

Sjors glimlacht, het beeld van de ingenieur uit Ja Zuster, Nee Zuster komt hem voor de geest. Die had zijn hele bibliotheek en laboratorium toch in een enkel keldertje zitten. Ja, die explosies bij de experimenten had hij hier ook weleens gehad, bij ieder project slaat er wel een stop door.

Hij trekt de deur van de kast open. Een stapel oude Elektuur elektro-hobbybladen keilt naar beneden en bedekt de vloer met oud papier. De nostalgie slaat direct toe, een uur lang bladert hij door artikelen met elektrische schema’s die je nog helemaal thuis kon nabouwen.

Uit het oudste nummer komt een vouwblad tevoorschijn. Kort Bereik Tijdgolfgenerator staat er boven het schema. Een mini-tijdmachine. Hij rommelt in het onderdelenbakje. Ja, alles zit erin, zelfs die zeldzame transistoren uit de Russische dumpwinkel.

Zijn knutselkoorts slaat direct toe. De soldeerbout dampt en sist, binnen de kortste keren zit een Veroboardje vol onderdelen. Hij plakt stickertjes op voor plus en min, als je de zaak verkeerd om aansluit, blaas je misschien de boel op. Dan weet je nooit welke kant het op gaat.

Hij inspecteert de handleiding en leest hardop voor: “De Kort Bereik Tijdgolfgenerator moduleert de tijdsgolven zodat de gebruiker zich in de tijd verplaatst. De gewenste tijdsprong stelt u in met potmeter R1. De middenstand is nul verplaatsing, rechtsom is toekomst, de polariteit van de spanning is negatief, linksom is verleden, met positieve polariteit. Verplaatsing is instelbaar tussen 0 en vijf jaar. Dit komt overeen met een absolute stuurspanning van 100 – 600 millivolt op testpunt TP1. U start de sprong met toets SK1. Let Op! De verplaatsing is ten opzichte van de tijd waarin u zich bevindt. Onthoud uw sprongen, anders komt u nooit meer in uw heden terug!”

Wel, dat heden is nu toch niet zo interessant, concludeert hij.

Sjors sluit een voltmeter aan. Plotseling klinkt een liedje uit zijn jonge jaren in zijn hoofd. Hij regelt de spanning af op minus 500 millivolt. Dan een druk op de startknop.

Alles draait voor zijn ogen, een hol gegier overstemt de muziek, sterren flitsen om hem heen en een draaiende tunnel zuigt zijn bewustzijn op.

***

Sjors voelt een felle scheut hoofdpijn. Hij doet zijn ogen open, het licht doet zeer aan zijn ogen.

Waar ben ik?

Langzaam verscherpt zijn beeld zich. Bekende vormen. Zijn knutseltafel. Een soldeerbout, wat raar, de punt lijkt wel opgebrand. Het gereedschap is koud. Dat was het net nog niet. De bureaulamp is uit, hij zit in het halfduister.

Sjors staat op. Hij is draaierig. Waarom is dat licht uit? Is zijn experiment mislukt? Hij stommelt naar de meterkast. Inderdaad, de zekering van het hobbykamertje staat in de benedenstand.

Da’s lang geleden, glimlacht hij als hij de stroom er weer op zet. De verlichting flitst aan.

Hij loopt de huiskamer in. Zijn mond valt open van verbazing. De sprietenplanten, enorm gegroeid, maar nu zo dood als een pier. Zijn blik valt op het display van zijn audio-set: 27-02-2025 14:59.

He, wat? realiseert hij zich, de Tijdgolfgenerator heeft gewerkt!

Zijn hart slaat wild van opwinding. Vier jaar verder. Zou alles dan weer goed gekomen zijn? Hij was in ieder geval niet afgesloten van de elektriciteit. Blijkbaar stond er nog genoeg op zijn rekening.

Een zwaar gebrom leidt hem af. Hij stormt naar het raam. De Beethovenstraat vertoont de drukte die hij gewend was van voor de crisis. Alleen die pantserwagen…

Een SdKfz 222, herkent hij, zijn ze met een bevrijdingsherdenking bezig?

Twee handhavers met gele hesjes bemannen de koepel, eentje met zijn hand aan het boordwapen de ander speurt met een verrekijker de omgeving af. Een gestileerde gele hand siert de koepel en de voor- en achterkant van het voertuig. Samen met de drie kruizen van de stad.

Vastberaden, heldhaftig, barmhartig? Sjors trekt een zuur gezicht, dat staat normaal gesproken helemaal niet op een pantserwagen. Geen reclame voor een stad van vrijheid en tolerantie.

Een alarm weerklinkt. Het voertuig slaat af, de Gerrit van der Veenstraat in. Even later klinkt het geratel van de mitrailleur. Niemand op straat reageert, iedereen loopt gewoon door.

Sjors is geschokt. Zou die straat nu weer Euterpestraat heten?

Zijn maag knort. Bij een blik in de koelkast draait zijn maag om. Zwarte en groene schimmels trekken slijmerige draden op de glasplanken en onttrekken alle etenswaren aan het oog.

Getver, het is dus echt vier jaar later, flitst het door hem heen, dan maar even naar de Appie om eten te halen. Schoonmaken komt straks wel.

Hij zoekt zijn mobieltje. Het ligt op tafel. Leeg. Nou ja, eerst maar opladen, hij kan wel zonder. Het is nog vroeg, hij zal Carola straks even bellen.

2025…

Hij voelt zich opgewonden. Die drukte op straat, dat was net nog niet zo. Zou het? De drukte op straat werkt aanstekelijk op zijn humeur. Hij krijgt zin om naar het Vondelpark te lopen.

Een tram knerst voorbij en stopt bij de halte verderop. De deuren blijven dicht tot mensen hun hand op een symbool bij de deur leggen. Een gele hand. Hetzelfde merkteken als op die pantserwagen net. Sjors blijft het raar vinden, wat doen pantserwagens in het straatbeeld in Amsterdam? Dat is toch iets van die bezetting van tachtig jaar geleden?

De Appie is vlakbij, in de Gerrit van der Veenstraat. Hij steekt over. Een groot publicatiebord ontneemt het uitzicht op de architectuur van de Amsterdamse School. Een gele hand op een blauw veld trekt de aandacht.

Neem uw leven in uw eigen hand, vermeldt het bord, alles handig centraal geregeld.

Het portret op het bord toont een brede uitnodigende glimlach. Sjors kijkt nog eens goed. Brilletje, goed afgewerkt kapsel, colgate-glimlach. Hij herkent hem van de tweewekelijkse persconferenties. Toch is er verschil. Toen had hij die snor nog niet. Schapenpartij, staat er onder het portret, herstelt Nederland voor altijd.

Hij schiet een voorbijgangster aan: “Mevrouw, ik ben hier vreemd. Wie is deze mijnheer?”

De vrouw begint te lachen: “Waar hebt u gezeten de laatste vijf jaar? Die zit er al sinds de laatste verkiezingen in dit land in 2021. Dat is Mark Rutte, onze Grote Roerganger. Sinds zijn Gele Boekje is hier alles veranderd. Verkiezingen zijn niet meer nodig. Hij blijft nog zelf nog vele jaren aan het roer. Succesvolle gentherapie.”

“Alles veranderd? Ook verbeterd?”

De vrouw verbleekt en stopt haar rechterhand diep in haar zak: “Ik mag het niet zeggen,” fluistert ze in zijn oor, “maar ik heb er mijn eigen gedachten over. De Grote Roerganger hoort alles en leest straks zelfs onze gedachten. Dat gebeurt als je je leven in zijn hand legt. Maar het virus is tenminste weg. Zo lang als het duurt.”

“Leven in zijn hand? Ik begrijp u niet.”

“Rechterhand. Microchip. Zonder dat ding kom je nergens. Het ding luistert je af. Bij de volgende update sluiten ze je gedachtensysteem aan op De Machine. In verbinding met het systeem. Big Data algoritmen voorspellen alles en rekenen ieder risico de wereld uit. Alles voor Het Herstel van Nederland.”

Sjors knikt begrijpend. “Ik kan het u aanbevelen,” zegt de vrouw quasi-enthousiast hardop, “neem uw leven in de eigen hand en word lid van de Schapenpartij.” Ondertussen schudt ze mistroostig haar hoofd. Dan maakt ze zich haastig uit de voeten. Het gebrom van de pantserwagen komt dichterbij.

Sjors wordt misselijk. Dus de vrijheid en democratie zijn definitief verdwenen van de billboards. Hij begint spijt te krijgen van zijn uitstapje in de tijd. Zelfs die coronacrisistijd is nog beter. Nieuwsgierigheid en afschuw strijden. Zijn honger wint het. Eerst naar de Appie voor wat eten. En dan gauw terug.

Op de hoek van de straat zit een bedelaar. Hij ziet er vreselijk uit, een ingevallen gezicht met een vreemd afwijkende neus. Een hijgende ademhaling. Er hangt een bord om zijn nek: Vaccinatieslachtoffer, help mij alstublieft! Zijn arm siddert oncontroleerbaar, zijn spastische hand probeert een schaaltje aan te wijzen waarin wat muntgeld schittert. Sjors krijgt medelijden en trekt zijn portemonnee.

Iemand stoot hem aan. “Hee, je gaat die vent toch niks geven? Blijf er vandaan. Minimaal twee meter. Hij is besmettelijk. Niks aan te doen, twintig procent van de gevaccineerden gaat eraan onderdoor. Bijwerkingen. Een gering offer voor onze vrijheid. Hoe sneller ze weg zijn, hoe beter, ze zijn blijvend gevaarlijk voor ons. We gedogen ze nog, maar als het aan mij ligt, ondergaan ze hetzelfde lot als Antivaxers.”

“Bijwerkingen?”

“Waar heb jij gezeten de afgelopen vier jaar?”

“Eh, in het buitenland.”

“In 2021 begonnen onze vaccinaties tegen het virus. Onze Grote Roerganger zette zich er persoonlijk voor in. Hij nam ons leven in zijn heilzame hand. Ja, er waren bijwerkingen, maar dat offer was aanvaardbaar. Die mensen hadden het over zichzelf afgeroepen, onwaarachtige mentaliteit, het vaccin reageert genadeloos. Zo werd ons volk gezuiverd van alle smetten. Alle Antivaxers en het grootste deel van de Besmettelingen zijn gedood. Behalve deze dan.” Hij spuwt richting de bedelaar.

Het zuur brandt Sjors in zijn keel: “Eh, dank u, dat wist ik niet. Ik ben weer helemaal geïnformeerd.”

“In wat voor buitenland hebt u toch gezeten?” klinkt het wantrouwig. De man steekt zijn arm recht uit en strekt zijn hand: “Schapenpartij. Voor Vrede, Vrijheid en Democratie. En bovenal anti-viraal. Heeft u ook uw leven in uw eigen hand genomen?”

“Eh… ja hoor. Helemaal. Dank u wel.”

Sjors vraagt zich wanhopig af in wat voor maatschappij hij terecht is gekomen. Hij loopt haastig naar de bedelaar en mikt een biljet van twintig euro in het bakje.

“God vergoede het u,” kraakt de stem van de mismaakte.

Ik vraag me af waar God hier gebleven is, piekert Sjors. Weg van hier, maar eerst wat eten halen.

De winkels zijn druk, maar de deuren staan niet open. Knoppen met de gele hand sieren de portalen. Mensen leggen hun hand op de symbolen, waarop de toegang vrij komt. Hij verbaast zich over de discipline die iedereen aan de dag legt. Er gaat steeds slechts een enkele persoon tegelijk naar binnen en naar buiten. Overal staan ordelijke rijen voor de deuren.

Ook bij de Appie staan de gele handsymbolen bij de toegangen. Zal hij het proberen? Het is toch gewoon een knopje om binnen te komen? Of niet? Tja, hij moet toch eten halen. Hij wacht op zijn beurt en drukt zijn hand op het symbool.

De deur blijft dicht. Een snerpend alarmsignaal weerklinkt. Mensen schreeuwen en stuiven uit elkaar.

“Kijk uit, een Antivaxer! Hij heeft geen leven in zijn hand! Besmettelijk!”

Instinctief rent Sjors weg. Terug naar zijn eigen tijd, weg van hier! Mensen maken geschokt ruimte voor hem. Gebrom zwelt aan.

Die verdomde pantserwagen, gaat het door hem heen.

Haastig glipt hij door zijn voordeur, draait hem in het slot en doet de knip op de deur. Hij sprint naar boven en tuurt door het raam. De pantserwagen staat dreigend voor zijn deur, de koepel draait een venijnig wapen richting zijn raam. Ze hebben hem gezien! Instinctief werpt Sjors zich op de vloer. Net op tijd, een regen van kogels versplintert het raam en slaat in het plafond. Een hete ricochet schampt zijn arm met felle pijn.

“Antivaxer!” klinkt een blikkige stem, “kom naar buiten met je handen omhoog. Als je jezelf onderwerpt aan de regels van onze Grote Roerganger, is er nog genade voor jou, dan zorgen we ervoor dat je jouw leven in je hand krijgt. Je hebt nog vijf minuten bedenktijd. Dan komen we in actie en zul je jouw gerechte straf niet ontlopen.”

Sjors sluipt naar het andere raam en tuurt naar buiten. Een menigte belangstellenden heeft zich op de Beethovenstraat verzameld. Een groep gemaskerde handhavers met automatische wapens in de aanslag stelt zich op bij de buitendeur.

Hij siddert. Is de tijdgolf generator er nog? Op de tafel in zijn knutselkamer. Zijn handen trillen. Het printje ligt op tafel. De draadjes naar de laboratoriumvoeding zijn doorgesmolten. Nee toch! De soldeerbout, doet die het nog? Tergend langzaam warmt het ding op.

“Antivaxer, nog vier minuten en dan komen we,” schalt het van de straat.

Sjors ruikt de geur van heet soldeer. Snel aansluiten. Hij draait het printje om. Shit, de stickertjes zijn er afgevallen. Wat is er nu plus en wat is min? Snel stript hij draadjes, vertint ze en soldeert ze op de gok vast.

Een blik op de laboratoriumvoeding leert hem echter dat polariteit zijn minste probleem is, het spanningslampje is uit. Snel inspecteert hij de glaszekering.

Shit, doorgebrand!

Haastig rommelt hij in het onderdelenbakje. Geen zekeringen meer!

“Antivaxer, je tijd is om!”

Harde slagen tegen de voordeur geven aan dat de overheid in actie is gekomen. Er klinkt instemmend gejoel op straat. Sjors verbleekt. Met trillende vingers stript hij een draadje.

Zekering overbruggen, snel!

Het lampje flitst aan.

Spanning instellen, haast je!

Het zweet breekt Sjors uit. Wat was het ook alweer? Die spanning? De beneden deur kraakt en versplintert. Hij heeft nog net de tegenwoordigheid van geest om zijn voordeur in het trapportaal op het nachtslot te draaien. De trap kraakt onder de zware laarzen van de handhavers die naar boven stormen.

Sjors haast zich terug. Voltmeter aansluiten, snel!

Een stem schreeuwt: “De deur van het appartement zit op slot, commandant.”

“Inbeuken,” is de barse reactie. De deur biedt weinig weerstand.

Sjors’ handen sidderen, hij kan de schroevendraaier nauwelijks vasthouden. Doorzetten. Doorzetten! Aarzelend kruipt de waarde op de meter naar de plus vijfhonderd millivolt.

“Doorzoek het pand!” Mannen haasten zich door Sjors’ appartement. De deur van het knutselkamertje slaat tegen zijn rug.

“Hier zit die Antivaxer!”

Op hetzelfde moment schakelt Sjors de spanning in.

Alles draait voor zijn ogen, een hol gegier overstemt de stemmen en het geratel van een mitrailleur, sterren flitsen om hem heen en een draaiende tunnel zuigt zijn bewustzijn op.

***

Sjors voelt een felle scheut hoofdpijn. Hij doet zijn ogen open, het licht doet zeer aan zijn ogen.

Waar ben ik?

Langzaam verscherpt zijn beeld zich. De lucht is benauwd, vochtig en warm. Hij ligt op een begroeide bodem. Raar, wat is dat voor gras? Een enorm insect maakt zich haastig uit de voeten.

Hij komt overeind en kijkt om zich heen. De zon schittert in een dampige hemel. Gigantische kattenstaarten wuiven in de wind. Een geur van verrotting prikkelt zijn neusgaten. Een moeras.

Een zwaar gestommel in de vegetatie jaagt hem koude rillingen over de rug, de grond trilt onder de logge voetstappen. Een enorme kop verschijnt tussen de kattenstaarten. Het dier snuift, kijkt hem nieuwsgierig aan, spert zijn bek open en brult.

Sjors herkent het dier.

Tyrannosaurus!

Shit, toch verkeerd om aangesloten. Van de regen in de drup!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll naar boven