Lethe

Muziek: Lethe door een Kunstmatige Intelligentie die actieve herinneringen kwijt is

“Je moet me helpen, ik kan dit niet langer! Jij kent het medicijn!”

Vergilius kijkt zijn klant onderzoekend aan: “Meen je dat echt? Wil je jouw bloeiende bestaan en jouw flitsende carrière werkelijk opgeven?”

De man knikt. Bruusk veegt hij het zweet van zijn voorhoofd. Zijn bril valt op het bureau. Zijn handen trillen.

Vergilius wrijft zijn kin: “Mark, je kent de consequenties van die stap? Ik moet informed consent hebben, anders maakt de inspectie me af zodra het bekend wordt wat er aan de hand is. De wet laat me geen ruimte voor uitzonderingen. Volgens mij heb jij nog meegewerkt aan dat wetsvoorstel.”

“Jeugdzonde… Ik teken alles. Als ik er maar vanaf kom. Die kwelling die steeds erger wordt, ik kan er niet meer tegen. Het is de Hel op Aarde. Mijn passieve reminiscentie wordt steeds zwaarder.”

Een papier ritselt. Vergilius glimlacht: “Tja, ik weet niet zeker of je na de behandeling de hemel wel verdiend hebt. Hier tekenen, je hebt geluk dat ik Mephisto niet ben!”

Een pen krast, een zwierige handtekening bekrachtigt het document. Vergilius verzegelt het: “Het journaille zal hiervan smullen.”

“Dat doen ze al jaren van me,” gromt Mark, “je moet eens weten hoeveel spotprenten ze al van me hebben getekend.”

“Kan ik me indenken, jouw loopbaan roept overal bewondering en creativiteit op. Straks krijg je nog een eigen museum.”

Mark rommelt met zijn bril. Het kost hem moeite om de pootjes achter de oren te krijgen: “Gaan we?”

“Na u…”

Vergilius start de elektrische auto. Displays komen tot leven, hun licht benadrukt de doodse bleekheid van Marks gezicht.

“Gordels vast, Mark, anders komen we niet weg. Nieuwste veiligheidsoptie in de software, orders van de EU. Jij was toch goede vrienden met Kaiserin Ursula? Dan had je het kunnen weten.”

De gesp klikt.

“Niet smokkelen, Mark, we zitten in het gezichtsveld van de dashboard-veiligheidscamera. Het moet een heel werk zijn geweest, die wet op de Verkeersveiligheid in moderne auto’s. Je moet anticiperen op iedere stomme streek en al het opstandige gedrag van je burgers.”

Met een zuur gezicht haalt Mark de gesp achter zijn rug weg en voldoet hij aan de veiligheidsnormen: “Stom gedoe, ik hou van een beetje bewegingsruimte. Mijn spel heeft te lijden van gebrek aan soepelheid.”

“Wel voor ons, maar niet voor u. Zo ken ik je weer, Mark Rrr..!”

“Nee, nee, geen achternaam alsjeblieft! De Zwarte Doos van deze auto luistert mee. Nieuwste regel van de EU voor route-monitoring.”

“Tjonge, dat wist ik nog niet, je houdt het niet meer bij tegenwoordig. Het zou heel goed kunnen want het karretje heeft net een software update gehad. Ik maar denken dat alleen Bill Gates grote oren heeft.”

Het voertuig komt zacht zoemend in beweging. Vergilius kiest de muziek: “Stukje klassiek?”

“Prima, zo lang het geen requiem is. Ik hou de moed erin.”

Vergilius voegt in op de donkere snelweg naar het Noorden en brengt de wagen op snelheid. Gas geven is verleden tijd met de huidige non-hybrid EVs. De versnelling drukt hen in de stoel.

Eigenlijk jammer, mijmert hij, ik mis dat geluid van pure snelheid. Misschien moet ik die optie realistisch motorgeluid toch maar eens aanschaffen. Kan ik mijn eigen merk kiezen. Kwestie van een software update…

Regen slaat tegen de ruiten. De wissers slagen er nauwelijks in om het zicht op de weg duidelijk te houden. Het is donker, in het licht van de koplampen onthullen borden een enkele naam met wegnummer. Ze passeren een vrolijk verlicht complex met een bende vrachtwagens op een parkeerplaats. Het bekende R-symbool geeft hoop op eten en drinken. Een bord toont een grote D met daaronder snelheden die we in Nederland niet gewend zijn.

“Gaan we de grens over?” vraagt Mark.

Vergilius knikt en trapt het versnellingspedaal wat dieper in: “De Poppe. Met de Duitse Autobahn komen we sneller bij ons doel. We pakken straks de A31 naar het Noorden. Hier hebben we niet zoveel stikstofmisère als thuis, dus mogen we harder rijden.”

“Een snellere weg? A31? Noorden? Hmmm, ik was nooit zo goed in Aardrijkskunde…”

“Klopt, je verkondigde al jaren dat Oekraïne in Europa ligt terwijl iedereen beter weet, dus het verbaast me niks.”

“Ach, beleid is altijd grensoverschrijdend. Dan moet je weleens in metaforen denken.”

De regen klettert door. Ze passeren de spookachtige vormen van laat vrachtverkeer.

“Het uitzicht is niet je dat,” merkt Mark op.

“Eigenlijk is dat wel jammer. Dan mis je ons grote voorbeeld, de Duitse windmolenvelden. Iemand stelde ooit voor om ze Kinderdeich te noemen om toeristen te trekken. We komen straks langs het oudste park van Nedersaksen. Ze hebben net de turbines vervangen. Gaf wat problemen met de afvoer van het afval. Ze wisten niet waar ze al die glasvezel kwijt moesten. Niet recyclebaar. Zal wel ergens in de tropen gedumpt zijn. De Derde Wereld is toch jouw afvalputje?”

“De energietransitie is noodzakelijk,” bijt Mark hem toe, “zeker nu de Russen de hele Nordstream hebben opgeblazen.”

“Hmm, het nieuws vertelt me anders. Dat het eigenlijk een kwestie was van een aanval door een bevriende natie met vijandige bedoelingen. Had je in dat geval Artikel 5 niet moeten activeren tegen Zelensky en zijn vriendjes?”

Mark trekt een pijnlijk gezicht: “Lekkere therapeut ben jij! Moet je nou werkelijk mijn passieve reminiscentie weer prikkelen? Mijn hoofd zit al zo vol. Zo’n actie was slecht voor het vijandbeeld. We moeten koste wat kost volhouden dat het onze oorlog is, dus Poetin heeft het gedaan! Altijd!”

Vergilius haalt zijn schouders op: “Ik controleer alleen of je symptomen nog steeds aanwezig zijn. Ik moet me later verantwoorden voor de behandeling die ik jou geef.”

“Ander onderwerp. Nu ik het nog kan bevatten, Vergilius, hoe ben je in hemelsnaam in dit vak verzeild geraakt?”

“Ik begon als dichter en eindigde als staatspropagandist voor Keizer Augustus. Mooie baan, leuke vooruitzichten. Ik zou een epos schrijven dat onze staat en vooral de keizer zou verheerlijken. Iedere cultuur heeft een roemrijk verleden nodig waarvoor je jezelf niet hoeft te excuseren, of het nou feit of fictie is. Toch bleef een stukje van mijn ware dichter in me in leven, dus ging ik nog even ter plaatse wat locaties en crime scenes controleren. Je moet wel de juiste sfeer treffen. Tja, en dat bleek een te grote inspanning in dat klimaat. Een zonnesteek werd me te veel. Later reïncarneerde ik als cultureel begeleider voor auteurs uit de Renaissance in Italië.”

“Italië? Renaissance, dat was toch die vermaledijde school in Almere? Een onderneming van die verzameling lastpakken van Forum? Ik hoop dat de inspectie ze goed aanpakt. Als ze dezelfde methodes gebruiken als bij het Cornelius Haga Lyceum, dan komt het vast goed.”

“Mark, Mark, niet alleen je aardrijkskundige kennis schiet tekort, maar ook van cultuur heb je geen kaas gegeten. Als aspirant-leraar Maatschappijleer moet je daar toch iets vanaf weten? Ik zou haast denken dat je helemaal geen behandeling van de Lethe nodig hebt. Misschien moeten we maar weer teruggaan.”

“Nee, nee, excuus, ik verspreek me weleens. Ik lijd aan overmatige politieke vrijheid. Dichters hebben dat toch ook? Dat moet jou bekend voorkomen.”

“Okee, excuus aanvaard. Ik heb tijdens de Renaissance als begeleider actief meegedaan bij de realisatie van enkele goddelijke komedies. Dat leerde me ook het een en ander over de behandeling die je straks zult ondergaan. In de moderne tijd functioneer ik als therapeut voor politici die dreigen te bezwijken onder gewetensbezwaren. Een duidelijke groeimarkt en zo maakten wij ook kennis met elkaar. Ik weet het nog goed, toen speelde net de toeslagenaffaire.”

“Inderdaad,” knikt Mark, “ik zat helemaal in de put na de val van mijn derde kabinet. Ik heb heel veel aan jouw werk gehad bij mijn functioneren sindsdien. Ik kon ermee omgaan en toch mijn koers houden. Het heeft me ontzettend goed geholpen bij Parlementaire enquêtes en mijn diverse sollicitatieprocedures.”

“Tot vandaag, blijkbaar.”

Een stuurse blik is Marks enige reactie.

“Aha, Afslag 15, we zijn er bijna.”

“Wat staat er op dat bord? Papenburg? Papen? Komen we bij het Vaticaan uit? Ik ben ongevoelig voor Christelijke ethiek, hoor! Liberaal tot de laatste snik!”

“Nee, dat is Papenburg in Duitsland. Wereldberoemd om zijn groene cruiseschepen die in hun eentje de CO2 van een hele stad als Amsterdam uitstoten. Die boten zijn een uitstekende plek voor internationaal netwerken.”

“Hmm… Ik vlieg toch liever. Ik leen altijd het Nederlandse regeringsvliegtuig voor mijn tripjes. Lekker comfortabel, haute cuisine aan boord, veel beter eten dan bij de KLM. Terechte dankbaarheid van het volk.”

Het regent nog steeds. Het water op de secundaire weg spat hoog op, een paar keer slippen de banden bijna in de plassen. Ze passeren een enkele verlaten boerderij. De weg is smal en de sporadische straatlantaarn biedt weinig mogelijkheden voor oriëntatie. Een waarschuwingssignaal weerklinkt.

Vergilius wuift het weg: “Geen paniek, de auto ziet de strepen niet meer, die zijn ondergelopen. Ik ga over op zelfsturing.”

“Pfff…” zucht Mark, “die beveiligingen van die kar beginnen me wel op de zenuwen te werken. Weet je echt wel de weg hier?”

“Ik ken de weg hier als mijn broekzak. Leeg… Totdat je de rekening van jouw therapie betaald hebt.”

“Geen probleem, ik heb een heleboel trouwe belastingbetalers.”

“We zijn er bijna. Noord Oost Groningen. Ik denk dat de mensen hier echt van je houden nu je het probleem van de aardbevingen je gehele bewindsperiode hebt weten te traineren.”

“Dat was de schuld van de Shell en de Nederlandse Aardolie Maatschappij. En van Kok en Balkenende.”

“Tja, dat is politiek, verantwoordelijkheid ontlopen en schuld verschuiven…”

“Hallo zeg, je bent mijn therapeut! Ik betaal je goud geld om me mezelf goed te laten voelen.”

“Geen zorgen, daar zijn we bijna aan toe.”

Vergilius mindert vaart en parkeert de auto aan het landweggetje: “We zijn er!”

Mark zoekt steun. Hij glibbert in de modder, water vult zijn rode schoenen: “Waar zijn we? Het is stikdonker hier.”

Vergilius pakt een zaklamp en belicht een bordje in de berm: Dünebroek.

“Dat lijkt wel Duitsland. Ik dacht al dat ik mijn Smartphone hoorde piepen.”

Vergilius wijst naar de auto: “Smartphones hebben we niet nodig, niemand mag ons volgen. Anders staat straks half Nederland hier. We nemen gewoon een zaklamp mee. De grens is verderop. Gemeente Westerwolde.”

“Aha, dat is mijn beleid. Big is Beautiful, gemeenten moeten zo groot mogelijk zijn. Ons salarisbeleid voor burgemeesters, wethouders en ambtenaren vormt daar een geweldige financiële prikkel voor.”

“Je bedoelt een perverse prikkel?”

“Nee, tuurlijk niet! Pecunia non olet. Al die kleine boerengemeenten met eigen signatuur zijn een bron van opstandigheid tegen onze regelgeving. Maar wat zeg je, geen Smartphone? Ik voel me toch een beetje kaal zonder zo’n ding… Ik heb nog een oud Nokiaatje, hartstikke veilig.”

“Nee, ik wil geen verbinding met wat voor netwerk dan ook,” brengt Vergilius er resoluut tegenin, “als ik premier was, stelde ik voor het Parlement direct een algeheel Smartphoneverbod in. Farm Heroes Saga zitten te spelen tijdens een stikstofdebat geeft het volk bepaald een slechte indruk. Stukken moet je gewoon van tevoren lezen. Le-zen. Een vaardigheid die blijkbaar in Nederland op uitsterven staat. Maar kom, we moeten de grens weer over, onze bestemming is daarginds. Een klein strookje grond op Nederlands gebied.”

Natte bladeren slaan in hun gezicht, het regent onverminderd door. Mark glijdt uit over een paardenvijg: “Had je me niet in je praktijk kunnen behandelen? Ik heb toch altijd bij jou thuis op de bank gelegen? Niks geen reisjes door nacht en ontij.”

Vergilius glimlacht: “De weg is hier een deel van het doel.”

“Ik word er gek van. Weet je zeker dat het helpt? Het is gewoon verschrikkelijk. Al die tijd heb ik mijn reminiscentie proberen te pacificeren. Dat hielp niks, alles werd passief. Alles bleef me aankijken.”

“Tja, dat “pacificeren” werd wel een handelsmerk van je. Daar heb ik geen actieve herinneringen aan. Je hebt erom gevraagd, iets dat niet actief mag blijven, wordt passief, neemt ruimte in en woekert stilletjes voort. Maar goed, daar ben je over korte tijd vanaf. Hier moeten we naartoe.”

Vergilius’ zaklamp belicht een ijzeren deur in een aarden wal. Een sleutelbos rinkelt.

Mark aarzelt: “Wat is dat voor een bordje boven de deur? Lasciate ogni speranza, voi ch’entrate? We gaan toch geen pizza eten?”

“Je bent beter cultureel ingelicht dan ik dacht, Mark. Het is inderdaad Italiaans. In gewoon Nederlands staat er Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt.”

“En dat noem je een effectieve therapie? Ik hoopte op genezing!”

“Het is een bijwerking. Je wilt toch je reminiscentie pacificeren? La strada per il paradiso inizia all’ inferno. De weg naar het paradijs loopt door de hel.

“Hmmm, ik hou toch meer van Quattro Stagioni.”

“Volg me, we hebben een lange wandeling voor de boeg.”

Het onderaards gewelf slokt hen op. Een eindeloze tunnel leidt naar de diepte. Ze passeren een geheimzinnige afslag. Altijd nieuwsgierig werpt Mark een blik door de eerste opening. Hij verbleekt, zweet loopt langs zijn gezicht, zijn bril beslaat: “Wat is dit voor een duivels oord?” krijst hij.

“Een boeteplaats voor doodzonden,” bevestigt Vergilius, “sla onder geen beding af, anders zit je voor eeuwig vast. Kijk, boven iedere doorgang staat geschreven om welke zonden het gaat.”

Mark bestudeert en passant de bordjes en slaat telkens haastig de handen voor zijn gezicht. Limbo, het oord van onwetenden, is nog de vriendelijkste plaats. De poorten van Wellust, Vraatzucht, en Hebzucht passeren de revue met steeds zwaardere kwellingen.

“Wat is er verkeerd aan hebzucht?” vraagt Mark, “dat is toch geweldig voor de economie?”

“Een echte neoliberaal, he Mark? Met jouw belastingen, immigratiebeleid en defensiequota werk je de hebzucht van je vrienden in de hand tegen de prijs van bittere armoede voor de burgerij. Kijk, daar heb je een paar vriendjes van je die reeds het tijdelijke met het eeuwige hebben verwisseld!”

“Ik wil het niet zien!” Tastend als een blindemannetje strompelt hij zichzelf met de handen blinddoekend de poort voorbij. “Zijn we er nou nog niet? Dit soort helse therapie ben ik van jou niet gewend.”

“We kunnen nog mijlen vooruit. Even doorzetten, Mark!”

Zo passeren ze de toegangen tot de rijken van Oorlogszucht, Ontrouw aan de Ideologie, Gewelddadigheid en Bedrog en Politiek. Bij de laatste poort Verraad staat Vergilius even stil.

“Kijk Mark, dit is jouw bestemming als je je leven zo doorzet als je nu doet.”

Een kille wind blaast door de poort. Mark kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Een onafzienbare ijsvlakte verkilt hem tot het bot. Talloze mannen en vrouwen zitten tot hun middel vast in keihard ijs. Hij herkent er een paar, en dat is wederzijds: “Hee Mark, ben jij nu ook aan de beurt? Kom er gezellig bij, we hebben heel wat te bepraten. Tijd genoeg, een eeuwigheid duurt hier kort. Breng je wel een  vuurtje mee? Het is stervenskoud hier.”

Hij deinst terug: “Nee Vergilius, in Godsnaam, dit kan niet waar zijn!”

“Ach dit is het diepste domein van de verraders die het heil van hun burgers aan de meest biedende hebben verkocht in hun infantiele machtsspelletjes en banencarrouselletjes. Dat je dat niet meer weet… Jouw huidige functie is daar een treffend voorbeeld van. Een passieve reminiscentie?”

“Alsjeblieft, laten we gaan!”

“Goed, ik heb je een therapie beloofd. Nog even de tanden op elkaar. We krijgen nu een stuk bergopwaarts. Wandelaars noemen het De Berg der Zuivering.”

De weg is lang. Vergilius loopt in gestrekte pas, hij kent het terrein, maar Mark voelt de moed steeds meer in zijn schoenen zinken: “Wat is dit toch voor een vreeslijk oord! Het lijkt wel of mijn reminiscentie actief wordt. Och wat is mijn hoofd nu zwaar! Ik hou dit niet vol.”

“Heb je ook spijt dan? Die kan je last verlichten! Loutering voor je ziel.”

“Spijt? Nee, natuurlijk niet. Excuses zijn voor verliezers, een goed premier geeft leiding. De vlag in top, de rijen vast gesloten doelgericht op naar een gouden toekomst!”

“Dan zit er niks anders op. Voorwaarts kameraden, tot de laatste snik!”

Na een barre tocht bereiken ze de top. Een brede rivier verspert hen de weg. Mark spert zijn ogen wijd open, de andere kant is nauwelijks te zien in de mist. “Hoe komen we hier overheen?” zucht hij, “is er geen pont? Ik heb kilo’s lood in de benen.”

Vergilius maakt een weids gebaar naar de overkant: “Tja, het wordt toch gewoon zwemmen, een veerman hebben we hier niet. Ik kan me voorstellen dat je lood in je schoenen hebt. Dat is gebruikelijk met al die herinneringen die plotseling actief worden. Maar deze rivier is het goede adres.”

“Hoezo?”

“Dit is de Lethe, de rivier van de vergetelheid. Als je daar overheen zwemt, verdwijnen alle herinneringen.”

“In Noordoost Groningen? Zo maar in Nederland? We leven echt in een gaaf landje. Maar… verdwijnen mijn herinneringen dan allemaal? Ach, wil ik dat wel? Mijn overwinningsherinneringen zijn me zo dierbaar.”

“Tja, het is kiezen of delen. De Lethe wist al je herinneringen uit.”

“Ik wil toch niet alle herinneringen kwijt. Alleen de actieve die me dwars zitten.”

Vergilius haalt zijn schouders op: “Ik ben slechts therapeut, jij maakt de keuzes. Je kunt best teruggaan, zonder mij overigens, maar dan kom je de Poort van Verraad niet voorbij. Het leek me overigens daar wel gezellig voor jou met al die verwante zielen. Alleen een barbecue houden is daar wat lastig. Diepvriesvlees kun je daar niet ontdooien.”

Mark hoef niet lang na te denken. Hij spring in het water en begint dapper de schoolslag te zwemmen. Vergilius volgt hem al lopend op het water op zijn gemak. Na een afmattende zwemtocht bereikt Mark uitgeput de oever en springt Vergilius monter op de kant.

De oud-premier kijkt glazig voor zich uit. Vergilius zwaait zijn hand voor diens gezicht: “Hallo, vogel, ben je er nog? Wat is je naam?”

“Kweenie…”

Vergilius schudt hem de hand: “Dat is mooi, dan is de eerste fase van mijn therapie geslaagd. Gefeliciteerd met je bestaan als onbeschreven blad. Al je passieve en actieve herinneringen zijn weg. Mijn rol is ten einde en ik neem hier afscheid van je.”

“Maar… Waar moet ik nu heen? Ik herinner me helemaal niets meer!” een brede grijns tekent Marks gezicht, “dat voelt eigenlijk wel lekker. Volgens mij ben ik nu klaar. Kunnen we terug naar huis? Eh… ook al weet ik niet meer waar dat is…”

“Je hebt de eerste stap van de therapie gezet. Je moet de volgende zelf zetten,” hij wijst naar het pad met een wegwijzer met de tekst Mnemosyne, “de Rivier van de Herinnering.”

“Wat moet ik daar dan doen?”

“Overheen zwemmen. Zwemmen verleer je nooit.”

“Wat, weer zo’n martelgang?”

 Vergilius knikt: “Als beloning wordt je hele reminiscentie opnieuw geïnstalleerd en geactiveerd. Dat is nodig voor de voortgang naar het paradijs. Evaluatie en erkenning van en spijt over je misstappen zijn daar vast aan verbonden. Al die keren dat je met gebrek aan actieve herinneringen aan het publiek oordeel probeerde te ontsnappen.”

“Ik herinner me daar op dit moment niets van, dat is toch goed… Ik blijf hier gewoon, ik vermaak me wel.”

“Je bent nu onwetend en kent je verantwoordelijkheden niet meer. Verantwoordelijkheid nemen is een groot goed, zeker voor een politicus zoals jij.”

“Oh, daar moet ik nog over nadenken. Wat is dat ook alweer, een verantwoordelijk politicus? Ah, ik herinner me opeens iets van het woord politicus. Was ik niet zoiets? Iets met liberaal in de zin van vrijheid voor mij, gebondenheid voor anderen?”

Vergilius lacht: “Ai, de therapie begint af te slijten. Wacht hier niet te lang, de maximum verblijfsperiode in dit niemandsland is zeven dagen. Bij overschrijding ga je automatisch terug naar het meest geschikte niveau van de Hel.”

“Hel?” Marks gelaat krijgt een bedachtzame uitdrukking, “ik denk dat ik toch maar doorloop.”

Vergilius schudt hem de hand: “Veel geluk en inzicht!” en kijkt hem nog een tijdje na.

Tijd voor een snelle terugreis, denkt hij, ’s nachts kun je op de A31 zat de 250 halen!

***

Vergilius zit aan zijn ontbijt. Zoals gebruikelijk verslindt hij een aantal ochtendkranten voor het wereldnieuws. Onaangedaan spelt hij de gebruikelijke crisiskoppen. Een bericht op de middenpagina valt hem op.

Verwarde man aangetroffen na aardbeving in Groningen.

WESTERWOLDE. Nabij Bellingwolde trof een boer een verwarde man aan toen hij zijn land inspecteerde na de aardbeving van vannacht. De man stond naast een grote kuil vol water, ongetwijfeld een sinkhole ten gevolge van de seismische bewegingen in deze omgeving.

De man die zich identificeerde als Mark R. de primus inter pares, en een zekere gelijkenis vertoonde met een vroegere premier en de plotseling verdwenen huidige Secretaris Generaal van de NAVO, brabbelde over de Lethe, een legendarische rivier van vergetelheid in de hel. Hij wees naar de sinkhole, noemde het Mnemosyne en sloeg vervolgens wartaal uit over een gepacificeerde reminiscentie die zich plotseling had gemanifesteerd als actieve herinneringen.

De verslaggever moet inderdaad toegeven dat een zekere politicus zich altijd beklaagde over het verlies van actieve herinneringen, maar die werden nooit teruggevonden. De gelijkenis van de verwarde man met deze mijnheer berust dus op toeval.

De boer waarschuwde de politie in zijn woonplaats. Identificeren van de man bleek onmogelijk. In zijn zak vond men slechts een oude Nokia met totaal gewiste inhoud.

De boer wist de politie wel te vertellen waar volgens hem de Lethe lag. Een gewone verlaten strook land vlak bij de Duitse grens aan de overkant van het Boelo Luitjen Tijdenskanaal. Nader onderzoek verklaarde echter niet hoe de verwarde man op vijf kilometer van deze plek uit de aarde tevoorschijn kon komen. De Lethe zelf leek bij nader inzien onaangedaan door de beving van vannacht.

De GGZ heeft zich inmiddels over de man ontfermd en hem in besloten verpleging opgenomen. Men onderzoekt zijn geestelijke stoornis. Wetenschappers hopen hierdoor nieuwe inzichten te krijgen over de relatie tussen vergetelheid en actieve herinneringen.

Vergilius glimlacht. Weer een tevreden klant…

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

fout: Inhoud is beschermd!
Scroll naar boven