Modelspoor

O Trenzinho do Caipira uit Bachianas Brasileiras van Heitor Villa Lobos (1887 – 1957) door het Voyage Jazz Trio. Het stuk heeft een Braziliaans stoomtreintje als onderwerp

Heel soms vergeet ik dat je op een blog ook over meer alledaagse zaken kunt schrijven. Juist in deze coronacrisistijd lijkt dat meer voor de hand te liggen, dat het alledaagse weer interessant wordt omdat het dagelijks leven behoorlijk stilligt.

Daarom schrijf ik deze keer eens over een andere hobby van me, geen muziek, geen schrijven, maar treintjes.

Voor het eerste begin moet ik terug naar mijn kindertijd. We woonden in Sliedrecht. Ik mocht weleens mee met mijn vader naar Ridderkerk (autosloperijen voor knutselen aan de Kever) en Rotterdam (Aurora Kontakt voor onderdelen om te knutselen aan, jawel, de Kever).

Bij Aurora hadden ze een aardige modelbouwafdeling met lange etalages met modeltreinen. Ik was enorm gefascineerd van dat kleine spul. Half-Nul was toen het kleinste dat ze verkochten. Ik kon daar behoorlijk lang staan te drentelen, totdat het Pa te veel werd en ik hard met zijn grote passen mee moest sprinten. Dimitri van Toren werd pas veel later populair met Papa, loop toch niet zo snel, maar als hij ons had gezien…

Ik raakte dus geïnteresseerd in treintjes. Nu had Sliedrecht een leuk station aan de lijn van Geldermalsen naar Dordrecht. Soms mochten we samen met een juffrouw van mijn vaders school met de trein naar Dordrecht en maakten we op dat station het echte treinreisgevoel mee. De stationschef bediende de wissels en seinen nog via hendels en staaldraden en in die tijd waren de seinen nog armseinen. Ik herinner me het zingen van die staaldraden nog goed. Evenals het geluid dat je hoorde als de trein naderde. Fascinerend, net zoals de rit over de oude Baanhoekbrug over het brede water van de Merwede.

De Goede Sint had mijn belangstelling opgemerkt, maar hij had niet genoeg geld in kas voor een elektrische trein. Dus kreeg ik een setje met een opwindlocomotief en plastic rails. Een leuk begin met als enige nadeel dat je het slecht uit kon breiden en het cirkeltje rond verveelde uiteindelijk een beetje.

Ook toen was er een tweedehands markt. Mijn vader lette goed op en tikte een plukje Märklin spullen op de kop. Een verbouwd stoomlokje Baureihe 89, een drietal metalen Donderbus passagierswagentjes en een rondje rails. Ik herinner me nog het spectaculaire geknetter van het omkeerrelais om heen en weer te kunnen rijden, waarbij het ene lampje zo fel oplichtte, dat je er regelmatig eentje door brandde.

Dat werd het begin van het treintje spelen en van het besef dat modeltreinen niet goedkoop zijn. Ik kon jarenlang mijn verlanglijstje voor Sinterklaas en verjaardag invullen en probeerde zo zuinig mogelijk te leven van mijn zakgeld, want huisjes en rollend materieel waren best duur. Een lastige les in sparen.

Een permanente baan had ik niet. Dat werd dus rails leggen in de slaapkamer met het strakke consigne dat de hele baan voor de bedtijd van mijn broer van het toneel verdwenen moest zijn. Bij hoge uitzondering mocht een baan een nachtje overblijven, met het gevaar dat je op een nachtelijke sanitaire stop voor de nodige schade kon zorgen. Maar mooi dat het was, met de lampjes in het donker!

Ik pluisde trouw de Märklin catalogus door, toen stonden de prijzen er nog bij, en mijn grote wens was een Baureihe 74 stoomlocomotief met Heusinger drijfstangen. Een voor mijn doen duur ding, maar mijn oude lokje was echt aan vervanging toe. Dat werd sparen. Alleen, lang sparen valt niet mee, dus stond ik regelmatig bloot aan de verleiding om maar een diesellokje te kopen, die waren goedkoper dan stoomtractie. Die verleiding werd te zwaar, ik kocht bij Van Embden in de Kalverstraat een Henschel Diesellok omdat het geld me op gegeven moment in de zak brandde. Dat leverde me thuis de nodige spot op, en natuurlijk opmerkingen over gebrek aan ruggengraat.

Juist door de moeizame financiering raakte de modelspoorhobby op de achtergrond. Ik schakelde over naar elektronica en verpatste locomotief, rails en wagons in afleveringen aan een klasgenoot met veel meer zakgeld dan ik, en ook veel meer handelsgeest, merkte ik al snel.

Toen ik uit huis ging om te studeren werd het overgebleven modelspoormateriaal door mijn ouders opgeruimd.

Exit modelspoor zou je zeggen. Dat viel mee. Mijn vriendin Erna, later mijn vrouw, had echter een paar van mijn enthousiaste herinneringen aan het modelspoor onthouden en bracht me op een dag als vervanging voor de modelvliegtuigjes een startset van Fleischmann mee: Het bekende Anna-stoomlokje met twee eenvoudige personenrijtuigen en een cirkeltje rails. De treintjeskoorts kwam weer een beetje terug.

Wel, inmiddels was ik aan het werk gekomen en hadden we allebei zakgeld, dus er was geld om de koorts hoog te houden en de frustratie uit mijn jeugdjaren als het ware af te kopen. Ik kocht genoeg rails en wissels om de huiskamer vol te kunnen leggen, er kwam rollend materieel bij en ik knutselde heel wat huisjes in elkaar. Het was zeker een voordeel dat we vlak bij de Duitse grens woonden, want treintjes waren in Duitsland veel goedkoper. En zo kwam die Baureihe 74 locomotief er uiteindelijk toch nog.

Ik combineerde de elektronicahobby met de treintjes en bouwde een besturing met pulsmodulatie voeding, waardoor de treinen veel soepeler liepen. Helaas blies ik bij de experimenten wel de motor van mijn startsetlokje Anna op door een foutje in het signaal op de rails. Het was een heel project met hier en daar wat trial and error omdat ik de zaken te groot op zette. Daardoor werd vrije tijd bijna werk, en dat is niet goed voor de ontspanning.

Ik kwam nog tot een semi-permanente baan met wat timmerwerk op zolder met een tafel in zes elementen van een vierkante meter elk. Daar zette ik van tijd tot tijd een railplan op. Het was een ware trekpleister voor mijn twee dochters en de neefjes en nichtjes. Ik ben nog een tijdje bezig geweest met versie twee van de elektronische treinbesturing, maar toen hadden we de zolder voor een andere bestemming nodig en gingen de (spaanplaten) treintafels stuk door een lekkage.

En zo bleven rails, huisjes en rollend materieel voor 25 jaar veilig en goed verpakt opgeslagen op zolder en wachtten ze op een onzekere toekomst.

We hebben een achterbuurvrouw van een eind in de tachtig. Haar zolder staat stampvol met een leven lang bewaren terwijl ze noodgedwongen naar een bejaardenwoning moet verhuizen. Veel plezier met leeghalen, denk je dan. En ga je naar je eigen zolder kijken. Op dat moment dacht ik: “Ik heb er meer dan 25 jaar niet naar omgekeken, dus als ik het nu verkoop…” Ik haalde de dozen treinspullen tevoorschijn en maakte een inventaris.

Dat werkte niet zo best. Op de tweedehandsmarkt wil iedereen het gratis van je hebben. Het bod op de hele klimbim was echt te laag.

Toen kwam kleindochter Iris op zolder. Ze keek haar ogen uit: “Wat is dat, Opa?” Ik liet een paar treintjes rijden op een recht stuk en ze vond het prachtig. Ze bleek heel handig in het manoeuvreren met de locomotieven.

Daarna hebben we samen een paar keer een baan gelegd over de hele zolder. Wat een pret samen, daar kan geen tweedehands bod tegenop.

Dus… Geen verkoop meer. Ik heb wat materiaal gekocht om na 25 jaar het onderhoud te kunnen plegen aan de locomotieven en wat soepeler te rijden. Nee, geen ombouw naar digitaal, dat is nogal prijzig. Iris vraagt nu regelmatig of ze langs mag komen om een baantje te leggen. Wat wel zo vermakelijk is met de coronacrisis.

Dus mijn modelspoorspullen… verkopen? Nee, ze worden nu deel van de erfenis.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll naar boven